Home | Verslagen | Wat bezielt ons om Parijs Brest Parijs te rijden?
  • ERN
  • ERN
  • ERN
  • ERN
  • ERN
  • ERN
  • ERN
  • ERN
  • ERN
  • ERN
  • ERN
  • ERN
  • ERN
  • ERN
  • ERN

Wat bezielt ons om Parijs Brest Parijs te rijden?

Dit artikel stelt enigszins  relativerend de vraag aan ervaren PBP-deelnemers waarom we zulke extreme uitdagingen aangaan. Voor de nieuwelingen die PBP voor de eerste keer willen rijden is het bedoeld als praktische bijsluiter: te lezen voordat  ze inschrijven voor Parijs Brest Parijs.

Een vraag stellen is ‘m beantwoorden. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan bij een niet rationele aangelegenheid als het rijden van een tocht van 1200 kilometer binnen een tijdslimiet van maximaal 90 uur.  Maar juist  daarom blijft die vraag me bezighouden. Ook al heb ik PBP inmiddels twee keer gereden.

Overigens vragen vooral niet- PBP deelnemers wat ons bezielt om PBP te rijden. En vaak hebben zij daar meteen spijt van. Uit beleefdheid, horen ze onze lange verhalen aan. Terwijl ze zich in de verste verte niet kunnen of willen voorstellen wat 1200 kilometer non-stop inhoudt. Ook wij kunnen dat na enkele maanden nog maar nauwelijks. Dat is een van de redenen waarom we ons verhaal op papier zetten. Om er zodoende zeker van te zijn dat we niets van ons onvergetelijke avontuur vergeten.

Terug naar ons allereerste voornemen
Vergeten is niet het enige wat ons geheugen doet met onze PBP-ervaring. Wat we ons na verloop van tijd herinneren is een ‘gekleurde’ herinnering. We vergeten de afstand, de slaap, de vermoeidheid en de zadelpijn. Hoe meer we er doorheen zitten, des te mooier we het - na afloop - vinden. We romantiseren onze herinneringen. Dat maakt een betrouwbare analyse al met al niet eenvoudig. Daarom moeten we de vraag “Wat bezielt ons om Parijs Brest Parijs te rijden?” feitelijk alstellen bij ons allereerste voornemen en opnieuw formuleren in: “Waarom willen we meedoen aan PBP?” Op een moment dat we nog geen PBP-meter hebben gereden en niet weten wat ons te wachten staat.

Uitdaging
De ‘reden’ is onthutsend simpel en komt er op neer dat PBP er eenvoudigweg is en dus gereden kan worden. (Met dank aan Gijs Roovers die dat antwoord ooit gaf) Klassiekers in de Ardennen of de Alpen, een rondje om het IJsselmeer…, we draaien er onze hand niet meer voor om. We willen méér. PBP is pas een uitdaging. Een uitdaging die met geen enkele andere wielerervaring te vergelijken is….
Na de 400 kilometerrit komen we daar langzaam maar zeker achter. Maar met de 600 krijgen we pas echt door hoe zwaar PBP moet zijn. Ook de snelste rijders zijn minimaal 24 uur onderweg en ervaren wat het is om een nacht slapen over te slaan en hoe ver 600 kilometer is in heuvelachtig terrein: …Het antwoord is 600 kilometer natuurlijk. Maar van een heel andere orde dan 3 x 200 of 2 x 300 kilometer die je overdag rijdt met ‘s morgens weg en ’s avonds thuis.

Kiezen of delen, doorgaan of niet doorgaan, naar Parijs of niet naar Parijs
De eerste 600 non-stop kilometers. Op de een of ander manier is dat een natuurlijk moment om er bij stil te staan of we Parijs Brest Parijs echt willen rijden. Die 600 zijn al zwaar, maar bij PBP zijn we dan pas op de helft.
Nee, we moeten ons dus ook niet bij het allereerste voornemen afvragen waarom we PBP willen rijden. Maar pas na het 600 kilometer brevet door het stille en steile Sauerland of door de Belgische Ardennen. Dan pas weten we enigszins wat het inhoudt wat we willen. De vraag ‘wat bezielt ons’  moet dus zijn: “Waarom willen we meedoen aan PBP terwijl we na de 600 kilometer weten hoeveel zwaarder PBP dan wel niet moet zijn.” Minimaal twee keer zo zwaar zou het antwoord kunnen zijn.

Beslissen om niet mee te doen
Voor een juiste beeldvorming: niet iedereen die PBP een uitdaging vindt en de hele serie verplichte brevetten rijdt, gaat PBP ook daadwerkelijk rijden.
Sommigen zien er op grond van hun ervaring alsnog van af en verkopen direct na aankomst van de 600 hun voorwiel met de naafdynamo die zij voor PBP hebben aangeschaft. Vinden het fysiek of mentaal te zwaar. Terwijl ze zich wel hebben gekwalificeerd en dus redelijk kunnen fietsen. Waarschijnlijk PBP ook aankunnen.
Het zijn de flexibele geesten onder ons. Fietsers die voornemens bijstellen en daarop terugkomen. Ze zijn niet alleen flexibel en realistisch, maar ook moedig genoeg om vragen te beantwoorden als “Jij zou toch PBP rijden?”.

Wel of toch alsnog…
Voor de genoemde beeldvorming moet ik nog een andere categorie beslissers onderscheiden. Naast de standvastige renners die meteen het definitieve inschrijfformulier invullen en opsturen, zijn er renners die direct na de 600 zeggen dat ze PBP niet rijden, maar daar kort daarna alsnog op terugkomen.
Ik zelf behoor tot die categorie. Het overkwam me zowel in 1999 als in 2003.
In 1999 reed ik me in het Sauerland in de eerste 280 kilometer helemaal aan gort. Na aankomst in Lonneker belde ik naar huis om te melden dat ik aangekomen en kapot was en dat ik niet mee zou doen aan PBP.

Waarom meedoen als je weet dat het eigenlijk te zwaar is.
Tot slot de vraag, gesteld na het rijden van PBP. “Waarom meedoen als je weet dat het eigenlijk te zwaar is”.
Daarop zijn meerdere antwoorden mogelijk. Ook door anderen bedacht of uitgesproken:


“Wie A zegt moet ook B zeggen.
Je hebt er al zoveel voor gedaan, het is zonde dat je het nu laat afweten. Later krijg je er spijt van.
Je kunt het, doe toch mee. Wie de 600 kan, kan ook de 1200 aan. PBP is in enkele opzichten makkelijker dan de 600 kilometer.
Je moet PBP meegemaakt hebben.”
Zeg dan nog maar eens nee. Dat doe je dus niet. De gestelde vraag is daarmee uiteindelijk toch nog snel beantwoord. Je aanmelding gaat alsnog op de post en enkele weken later is er de opluchting dat je inschrijving is geaccepteerd en dat je in augustus kunt starten. Je rijdt Parijs Brest Parijs. Je ultieme uitdaging.

Van uitdaging tot onvergetelijk avontuur
Een grote uitdaging kan nog zo’n uitdaging zijn, maar als zo’n uitdaging tegenvalt...

En PBP vàlt tegen. Iedereen die PBP rijdt heeft  meerdere, dag-, en nachtdelen dat PBP hem of haar tegenvalt. Dat het te ver is, te lang, te koud, te warm is. Dat er te weinig douches zijn, te weinig slaapruimte, te lange wachtrijen. Dat het te donker, te eenzaam, te druk, te gevaarlijk, te heuvelachtig is. Dat bepaalde etappes te saai zijn, je opziet tegen bepaalde stukken die je op de terugweg onverbiddelijk weer tegenkomt, je hallucineert, je nek niet meer kunt bewegen, je problemen hebt met zitten, constipatie hebt of juist niet, je pijlen over het hoofd ziet en verkeerd rijdt…. Het komt allemaal voor. Iedereen krijgt met minimaal acht van die aspecten te maken. In meer of mindere mate, kort achter elkaar, bij herhaling, vóór of na Brest of zowel vóór als nà Brest…..
Als je nieuweling bent en je wilt PBP voor de eerste keer rijden: zeg niet dat je niet gewaarschuwd bent. Het is zoals het hier staat. Soms erger; in geval van blijvend gevoelloze vingers bij voorbeeld. Als je zoiets meemaakt is er niets romantisch aan. Hoe zwaar het is blijkt ook uit het aantal uitvallers dat Parijs niet fietsend haalt. Ondanks de verplichte brevetten valt circa 15% van de starters uit. In moeilijke jaren meer dan 20%. En dat van 4000 uiterst gemotiveerde en goedgetrainde fietsers. Fietsers die allemaal Parijs willen halen. Sommigen vanwege materiaalpech, maar voor de meeste ‘opgevers omdat het of te zwaar is, of omdat ze hem verkeerd reden: te snel van start, te weinig gegeten, te veel of te weinig geslapen….

Desondanks blijft voor velen van ons PBP een magisch avontuur waar we met heel veel passie op terugkijken. Wie PBP eenmaal gereden heeft, loopt het risico hem vaker te willen rijden. Dat is een risico waar ik nieuwelingen ook op wijs. Een risico dat je al loopt vanaf het startschot van de 600 kilometer. Ondanks en tegelijkertijd omdat het zo zwaar is. Fysiek en mentaal. Desondanks,…, het overwinnen van de vele moeilijkheden waarmee je te maken krijgt, de route, de ambiance van de vele toeschouwers langs de weg die je toejuichen, koffie, water, eten en slaapgelegenheid bieden, de vele internationale contacten, de vriendschap die je ondervindt…..,het zijn allemaal elementen die PBP maken tot een niet te evenaren avontuur en een nauwelijks te doven vuur voor het rijden van ultra lange tochten.

Graag tot ziens in Parijs in 2007.

Herman Mandemakers

Naschrift
Dit artikel schreef ik in 2003. Intussen is het medio juni 2007. De inschrijving voor PBP 2007 is geopend. Met Pinksteren reed ik het 600- brevet niet uit, omdat ik een infectie onder de leden had. Zo bleek achteraf.
Aanstaande  weekeinde, een nieuwe poging voor het 600-brevet, het laatste toelatingsexamen voor PBP…

 

 
Verslagen