Home | Verslagen | Verslag over het 400 km brevet 2007 vanuit Maastricht
  • ERN
  • ERN
  • ERN
  • ERN
  • ERN
  • ERN
  • ERN
  • ERN
  • ERN
  • ERN
  • ERN
  • ERN
  • ERN
  • ERN
  • ERN

Verslag over het 400 km brevet 2007 vanuit Maastricht

In Kalkar ging het licht uit…
Lange afstandstochten zijn bijna allemaal memorabel. Vul zelf maar in welke omstandigheden daar meestal voor zorgen.  Maar tochten zijn pas echt om niet te vergeten, als je het zwaar hebt gehad. Het 400-brevet vanuit Maastricht, verreden op 5 en 6 mei was er zo een. Voor mij  in elk geval.
De andere fietsers heb ik namelijk niet meer gezien … en dat was niet omdat ik de snelste was van het gezelschap.

Snel en nog sneller
Vooropgesteld: ik heb genoten,  de route was mooi en het weer schitterend. De randonneurs echter die in Limburg aan de start verschijnen, lijken in doorsnee tot de snellere mannen te behoren.  Maakte ik in Ossendrecht nog wel eens de fout om voor de snelle groep te kiezen…., in Maastricht kun je  hooguit kiezen voor de snelle of voor de nog snellere groep. Vanuit mijn perspectief gezien.


Snelle start
Vanaf het begin van het avontuur zet het gezelschap er flink de sokken in. Langs de Zuid Willemsvaart . In een tempo dat er niet om liegt. Maar je bent fit en iedereen gaat mee in het kielzog.  Op enkele Duitsers na. Ik bedenk dat zij vast niet zo goed kunnen fietsen en dat ze in elk geval  de route niet kennen. En ik zeker niet, dus dat schiet niet op.  Op zich een goede analyse. Alleen hij blijkt niet juist te zijn. Zondagavond bij terugkomst hoor ik van Ivo dat het groepje langzame Duitsers nog menig ‘snelle’ rijder heeft opgeraapt of zelfs nog sneller binnen was…


Jan van Osch
Bij het verlaten van het jaagpad langs de Zuid Willemsvaart  stuitert  Jan van Osch over een fietspadrichel. En valt. ‘Gelukkig zonder veel erg’  zoals de Belgen zeggen.  Ik spreek hem therapeutisch toe dat ie niet moet zeuren en dat ie als de donder weer moet fietsen.
M’n bemoedigende woorden doen hem zichtbaar goed. Ivo, die eerder enkele foto’s had genomen, kan dankzij dit oponthoud weer bij de groep komen.  Hij blijft tot Bocholt meefietsen.


Leende
We gaan de fiets weer op en zetten het oude tempo weer in. In Valkenswaard stempelen we rond middernacht, maar drinken we verder geen koffie of zo. Dat valt me tegen.
We krijgen veel bekijks van de Brabantse uitgangswereld die in z’n geheel naar Valkenswaard lijkt te zijn getogen om daar uit te gaan . ‘ Ok mooi’  zou Theo Maassen zeggen.
We doorkruisen Leende nog en ik bedenk dat een collega in dit mooie dorpje woont. Hij ligt waarschijnlijk al op bed. Zoals het hoort. Wat zijn randonneurs  toch dwazen…


Harken en aanklampen…
De tijd vliegt, ook als je geen tijd hebt om te praten omdat het peloton in een ‘lang’ lint rijdt. Dit gaat veel te hard denk ik een aantal keren. Maar ja, het is donker,ik kan zelf de weg niet vinden,  ik moet wel blijven aanhaken. Net als Joop van Beek heb ik navigators nodig die me de weg wijzen om ooit nog thuis te komen.
De groep blijft gas geven en is alleen nog maar tot stoppen bereid bij de geheime controle. Bemand door Theun  Lammers die er alleen met z’n fietsje staat. In de open lucht… Br...wat koud als je daar alleen staat te staan. Chapeau Theun! Rond 3.30 uur moet ik echt alles geven om bij te blijven. Dit is echt gekkenwerk. Voor mij is het als koersen als in een wedstrijd!  Drie-en-dertig kilometer gaat het, tegen de wind in, hoor ik desgevraagd.  Aan Jo… uit Heerlen, die ik van de 300 goed ken, meld ik dat het me veel te hard gaat. Hij zegt ook dat hij dit geen 400 kilometer volhoudt in dit tempo.  Het is hem niet aan te zien. Op een lange weg laat ik de groep gaan. Jan van Osch die 100 meter achter me zat, neemt me nog een tijdje mee op sleeptouw. Op mijn verzoek laten we het tempo enkele kilometers zakken en rijden we samen een kwartiertje op tot de volgende controlepost. De lichtjes van Jo en Henri uit Noord Holland worden kleiner. Het peloton valt uit elkaar.

We zien de vluchters weer terug bij de controlepost . Een tankstation in Kleve, waarvan alleen een loket geopend is.  Die deprimerende Tankstellen breken me op tijdens de brevetten.  Ik herinner me het 600-brevet van 1999 en 2003 in Duitsland. Deprimerend ongezellig. Na etappes van zeventig kilometer  heb ik behoefte aan ‘gewone mensen’ die roken en drinken dat het een aard heeft en die ’s nachts om twee, drie of vier uur aan de bar zitten en nog volop uitgaan… Ik vraag waar de anderen bij zijn aan een bezoekster van het tankstation, hoe laat ze gaat slapen en of ik misschien bij haar kan slapen…

 
Kalkar…
We gaan weer op weg. Langzaam maar zeker komt de man met de hamer met me afrekenen.
Ik slaag er niet in om , tien kilometer na de pauze in Kleve, de  gaatjes tussen de laatste man en mij dicht te rijden. De afstand wordt onvermijdelijk groter. Het begint licht te worden. Tegelijkertijd gaat bij mij het licht uit. Uitgerekend  in Kalkar waar wij Nederlanders ooit met de Duitsers, Fransen en Belgen  een kernenergiecentrale bouwden.
In Kalkar komt het eerste punt waar de groep rechtdoor, of rechtsaf is gegaan. Had ook nog linksaf gekund, maar gevoelsmatig lijkt me dat een heel andere richting. Op  de rotonde waar ik me op dat moment bevind, hadden ze ook de richting kunnen nemen waar we vandaan kwamen. Maar dan zouden  ze mij tegemoet rijden en dan zou ik ze intussen gezien hebben.
Ik sla op goed geluk rechtsaf.  Ik vraag aan een Duitse of zij een groepje fietsers gezien heeft. Ze zegt dat ze rechtdoor zijn gegaan. Op de rotonde waar ik op goed  geluk rechtsaf ging.  Nee, van richtingsgevoel of geluk moet ik het niet hebben. Dat weet ik intussen wel.

 


 

  Dan toch maar de routebeschrijving lezen
Het wordt nu onvermijdelijk dat ik de routebeschrijving ga raadplegen. Iets wat ik als ‘ randonneur ‘ nog nooit heb gedaan… Ja, hoe bestaat het!  Niet dat ik het nooit geprobeerd heb. Maar die keren dat ik het ooit deed, reed ik na twee aanwijzingen al verkeerd en meende ik er goed aan te doen om het navigeren aan anderen over te laten.
 Ik heb op dit moment zo’n 180 kilometer afgelegd. Nog 220 kilometer routebeschrijving te gaan.
 En eerlijk gezegd ben ik niet meer op m’n best na al die kilometers in de donkerrode zone te hebben gereden.  Tijd voor plan B:  herstellen en de weg vinden op basis van de routebeschrijving.


Lekke band
Het herstel pak ik gedegen aan: even enkele keren langs de weg tien minuten de ogen dicht en een tempo aanhouden dat ik niet meer met het begrip ‘snelheid’ mag omschrijven. En natuurlijk opletten hoe ik rij. Als ik voor deze tocht gehomologeerd wordt - en dat raad de officiële Audax-autoriteiten in Parijs hoogst persoonlijk aan - en m’n stempelkaart terugkrijg, zal ik zien hoeveel tijd me de afstand tussen Kalkar en de eerstvolgende controlepost gekost heeft.  Maar ik  durf nu al te zeggen: onredelijk veel .

Elk café  bekijkend of het open is, vind ik drie kilometer voor de volgende controlepost een café , waar ik een uitgebreid ontbijt naar binnen werk. Heerlijk, ik word weer een ander mens. Bij de controlepost– bij een tankstation - stempel ik af en ontdoe ik me van alle warme kleding .  Amper op weg, rijd ik door glassplinters: lek. Tijd om de nieuwe pomp uit te proberen. Een grote fietspomp, omdat ik op het kleine pompje veel commentaar had gekregen van  Ben Commandeur en Jan Schminck, tijdens Londen Edinburgh Londen. 
Ik slaag erin om een nieuw  bandje erop te leggen . Zonder  dit keer de nieuwe band bij het opleggen drie keer lek te steken, zoals me ooit lang geleden is overkomen.  Normaal verwisselen sindsdien andere randonneurs de banden voor mij, maar nu moet ik het alleen zien te rooien. En verdraaid, het gaat allemaal goed.


Het venijn
Er staan me de ochtend na het evenement verder geen dingen meer bij die voor de geschiedenis moeten worden opgetekend. 
Ik rijd m’n eigen tempo en weet dat ik de groep waarschijnlijk hopeloos zou hebben opgehouden.  Het weer is schitterend en het landschap ook. Er staat veel wind dat wel. En aangezien ik alleen rijd…
 Ik veroorloof me ’s middags en ‘s avonds nog  enkele keren een bezoek aan een café, restaurant en Konditorei . En dat bevalt me uitstekend.  Ik zal waarschijnlijk toch niet als eerste binnen zijn.
Het venijn van deze tocht zit in de staart, waar nog wat klimwerk wacht. Daar hou ik van omdat het afwisseling betekent.  En ik moet zeggen dat er best veel afwisseling is op het einde van deze rit. Wim en Sylvia bellen ook nog. Maarten rijdt vanmiddag de Ronde van de Kempen.

Rond achten, rijd ik Kanne binnen, een dorpje voor Maastricht en kom ik binnen de 24 uur als de op een na  laatste fietser binnen.  Het lezen van de routebeschrijving laat me in Kanne in de steek. Wat betekent nou EFP volgen? Ivo vertelt het me later. ‘ Einde Fietspad’  volgen. Maar ja, hoe kun je nou iets volgen dat er niet meer is?  Dat is het enige dat ik plagerig heb aan te merken. Verder betaal ik voor hem het drankgelag dat hij in het start- en finishcafé  heeft aangericht.
Ivo en ik bespreken nog de strategie van de ‘ langzame Duitsers ‘ en hoe effectief deze bleek te zijn: doseren, doseren en nog eens doseren. John , onze Friese randonneur die niet meer onder ons is, wist dat als geen ander.  De volgende keer doseer ik er iedereen uit, zo neem ik me weer eens voor.


Bespiegelingen
Natuurlijk komen tijdens de rit de onvermijdelijke filosofische, maar ook nuchtere vragen boven. Waarom rijd ik zulke zware tochten?  Die eigenlijk veel te lang en te zwaar zijn, het uiterste van je vragen, je confronteren met slaapgebrek, banale verveling en vermoeidheid. Ook de onvermijdelijke  heilige voornemens om dit soort tochten niet meer te rijden. Ik heb er genoeg  gedaan en ik heb genoeg afgezien. Maar ook  positieve gedachten. Het snelle herstel, nadat ik me tot Kleve helemaal naar de Filistijnen heb gereden  is een beloning voor de vele  trainingsuren in de winter. De nieuw verworven inzichten in het lezen van routebeschrijvingen... Ja, dat van die routebeschrijvingen  biedt  ook meer mogelijkheden.  Voortaan dus niet meer forceren om - koste wat het kost - bij te blijven.
Laat ik over drie weken toch maar de 600 rijden.  Ook al is deze weer zwaarder dan de 400 en ook al is de 600 in mening opzicht ook zwaarder dan de 1200 van Parijs Brest Parijs.
En hoewel Parijs Brest Parijs natuurlijk per saldo zwaarder is dan het 600 brevet, zou het zonde zijn om na al deze brevetten  Parijs Brest Parijs zelf niet te rijden.
Wat een ongenaakbaar virus …

Met dank aan Ivo Miessen en Jan van Osch voor het vele werk dat zij hebben verricht voor het organiseren van de brevetten vanuit Maastricht.

Herman Mandemakers

 

 
Verslagen