Bordeaux Parijs 2006
In het novembernummer 2006 van ons clubblad zie ik tot m’n verrassing de uitslag staan van Bordeaux Parijs 2006. De namen van de deelnemers en hun gereden tijden zijn daarmee voor altijd vastgelegd. Met rugnummer 378 ver in de achterhoede samen met de nummer 376 en 377. Goed voor 32 uur en één kwartier. Tijden zeggen echter niet alles. Het gaat altijd om de verhalen over de beleefde avonturen, over het genieten, het er doorheen zitten en over de beginnersfouten.
Ben Schipper
Ben Schipper haalt me over om het verhaal achter de nummers 376 tot en met 378 op te schrijven voor het kerstnummer van ‘De Randonneur’. Ter lering en om later nog eens na te lezen. Wanneer onze stramme ledematen zulke avonturen niet meer toelaten. Het geheugen laat me overigens nu al in de steek. Het BP 2006 verhaal is alleen al om die reden onvolledig. Beelden staan nog wel op m’n netvlies.
Wat aan Bordeaux Parijs vooraf gaat...
Tijdens de Ronde van Dongen ontmoet ik Louis van Miert, die me inspireert in te schrijven voor deze klassieker die de ERN al jaren organiseert. Dorpsgenoot Gijs Roovers heeft al ingeschreven…, dat vormt een extra stimulans om mee te gaan. Enkele weken later zijn we in de vroege nacht samen op weg om in Ossendrecht de bus voor de tocht naar Bordeaux te zoeken. Dankzij Sylvia die we het bed uit bellen om het adres door te geven, lukt dat nog vrij aardig. We zitten per saldo op tijd in de bus. Op weg naar Bordeaux met bekende coureurs zoals Ben Commandeur, Peter Blauw, Jan Hugens, Mart Voordenhout, Teun Lammers, Ben Schipper Jan Smink en Louis van Miert. Ook Sybren is van de partij. Hij is er al helemaal op gekleed. In de wieleroutfit, die hij die dagen niet meer uitdoet. Robert Le Duc en Dick van Mourik zijn de mannen van ERN die niets te veel is om van BP een succes te maken. Het is een jubileumrit, hij wordt voor de zoveelste keer gehouden en ERN trakteert de deelnemers daarom op een speciaal wielershirt en nog enkele andere herinneringscadeaus. Wat een wereldclub!
Plezier
De sfeer in de bus laat niets te wensen over. BP is voor lange afstandsrijders een uitje. Slechts 600 kilometer. De afstand naar Brest en dan zit het er al op. Jammer eigenlijk. De reis verloopt spoedig en de grappen en grollen zijn niet van de lucht. Herinneringen aan London Edinburgh worden opgehaald en met name degenen die tijdens die tocht het af en toe moeilijk hadden, moeten dat kennelijk nog enkele keren aanhoren.
BP levert vooraf al verhalen op. In het hotel blijken we gereserveerd te hebben voor het goedkopere diner. Het duurdere ijs- en vruchtentoetje dat enkelen van ons bemachtigen, wordt door de serveersters zonder pardon weer ingevorderd.
Serieus als we verder allemaal zijn, gaan we vroeg onder de wol. Het is morgen vroeg op, met de bus tien minuten rijden naar de start en daar ontbijten. De organisatie vindt het kennelijk ook vroeg, want als we arriveren,moeten zij in allerijl de boterhammen nog smeren.
De tocht
Achter een voorrijdauto verlaten we Bordeaux met 5 à 600 renners. De eerste 20 kilometers zijn alle kruispunten bemand met vrijwilligers om de rijders veilig te begeleiden.
Een aantal ERN-ners blijft bij elkaar. De snellere geven meteen gas om een uur of acht eerder aan te komen. Gijs en Peter behoren tot die snelheidsmonsters. Henry van Vugt zet helemaal een onchristelijke tijd neer van twintig uur en achttien minuten. Het is welhaast demotiverend voor de fietsers die het louter van inzet moeten hebben en elke gepassioneerde ontsnapping van even meekoersen met de snelleren moeten bekopen met een dip van een uur of zes …
Leren van beginnersfouten
Het weer is mooi en het landschap ook. We komen de tijd lachend door met het doornemen van de beginnersfouten die je als langeafstandsrijder zoal kunt maken. Het blijken er niet alleen veel te zijn, maar het wordt al snel duidelijk dat het typische is dat je ze ook later nog vaakt maakt. OK, de ene renner meer dan de andere, maar toch…
We rijden door de wijnstreek met de bekende Bordeauxnamen die op de etiketten prijken. De wegen zijn verkeersarm. Op een van de foto's die we onderweg nemen is te zien hoe warm het is. Een aantal van ons neemt een verkwikkend bad in een fontein door er met fietsschoenen in te gaan staan. Zonder problemen komen we de nacht door. Ik herinner me van overdag enkele controleplaatsen. Op één daarvan staat Robert het verkeer te regelen alsof hij een Franse gendarme is. Eten en drinken in overvloed zijn 'gratuit' te verkrijgen.
Te snel…
We zijn 24 uur onderweg en ik voel me goed. We gaan de avond en de nacht in. Op de een of andere manier komen Ben Commandeur en ik op een gegeven moment alleen te rijden, mogelijk door een korte plaspauze. Het is aardedonker en we rijden door het lege verlaten land. Daar gaat het fout. De groep cyclosportieven, die enkele uren later vertrokken dan wij en die het om de snelle tijd te doen is, hebben er behoorlijk de sokken in gezet en we zien hun lichten enkele kilometers achter ons aankomen. De volgende controlepost is niet zo ver meer. Helaas neem ik het besluit om de snelle mannen zo lang mogelijk voor te blijven. We geven behoorlijk gas en ik rijd voor mijn doen veel te hard. Als de snelle mannen vele minuten later op ons neerstrijken, rijden we ook nog in snel tempo naar de controlepost.
Er doorheen…
De daar genomen foto's vertellen ons dat Mart behoorlijk last heeft van slaap en dat Ben Schipper er doorheen zit. Ik voel me super, maar niet lang meer. Een uurtje later krijg ik de rekening gepresenteerd voor het overmoedige koersen. Het is rond tweeën en ook Ben Schipper blijkt het moeilijk te hebben. De man die ergens in een van de verslagen optekende dat "… we Herman altijd wel halverwege een brevet moeten oprapen als gevolg van zijn te snelle start…" Tegen vijven besluiten we onze kopmannen te verordonneren om zonder ons verder te rijden. We proberen een plaatsje te vinden om even een half uurtje of een uurtje te slapen. Nauwelijks iets gevonden dat overdekt is, komt er een groep fietsers aan en daar luidkeels gaat ontbijten. Opbreken maar en even de ogen dicht doen in een café dat al open is. Ben doet dat een minuut of tien. Mij lukt dat niet. Intussen is het gaan miezeren. Als we na een half uurtje vertrekken, gaan de hemelsluizen steeds verder open. Optimistisch als ik met dat soort dingen ben, heb ik m'n regenjasje in Bordeaux gelaten. Jammer, want het wordt ook steeds kouder. Onderweg vragen we in een van de café's een vuilniszak die we als regenjasje gaan gebruiken. We zijn door en door nat. De vuilniszak verhelpt dat niet, maar voorkomt dat je het nog kouder krijgt. Onderweg pikken we ook Teun Lammers nog op en een Belgische renner die ook in onze BP-bus meereist. Zo rijden we met z'n drieën naar de finish. Het houdt daar pas op met regenen.
De beloning
De weg naar de finish doet me sterk denken aan die van PBP. Veel gedraai en gekeer waardoor ik sterk het vermoeden heb dat we onnodig zigzaggen. En als ik ergens een hekel aan heb.... M'n humeur is dan ook tegen het einde - net als bij PBP - niet om te hebben. We komen zo'n twee uur later binnen dan het groepje dat we 's morgens hebben doorgestuurd. Een uurtje of wat daarna, krijgt onze organisatie de ereprijzen. We zijn de grootste ploeg die het verste van Bordeaux woont. Dat moet natuurlijk worden beloond. Robert krijgt een ongekend mooie maar vooral grote beker die bijkans net zo groot is als Robert zelf. Op de terugweg doen we in België nog een restaurant aan, waardoor het rijkelijk laat is als we in Ossendrecht aankomen. Na middernacht komen Gijs en ik pas echt thuis van Bordeaux Parijs. Opnieuw een memorabele tocht met de nodige beginnersfouten en mooie herinneringen.
Met dank aan Robert, Dick en Jan Hugens van Euraudax Randonnee Nederland en alle langeafstandrijders die er bij waren. Weer een mooi voorproefje van PBP 2007.
Herman Mandemakers