2003, Parijs Brest Parijs
Het is Zaterdag 29 maart. Een periode van 5 maanden begint. Vandaag moet de eerste rit van een serie verreden worden om uiteindelijk eind augustus mee te mogen doen aan Parijs-Brest-Parijs (PBP).
PBP is een van de oudste wielerklassiekers. Voor het eerst verreden in 1891 door professionele wielrenners. Later werd het een gecombineerde rit samen met liefhebbers.
De wedstrijd werd vanwege de lengte (1200 kilometer) niet elk jaar gehouden, maar in het begin om de 10 jaar. Geleidelijk aan lieten de profs het afweten en namen de liefhebbers het over. Een toerclub in Parijs nam de organisatie al voor de oorlog ter hand en organiseert nu om de 4 jaar deze tocht. Dit jaar het al weer voor de 15e keer.
Om mee te mogen doen moet je je kwalificeren. Je moet dan in een tijdsbestek van 3 maanden een tocht van 200, 300, 400 en 600 kilometer rijden. Bij de laatste 2 wordt er ook ‘s nachts door gefietst.
De 200 km eind maart is voor mij geen probleem. Ik heb al tientallen malen een dergelijke tocht gereden en met een uur of 8 (inclusief stops) ben ik weer terug in Lonneker, van waaruit deze kwalificaties plaats vinden.
Voor de 300 kilometer is het vroeg opstaan. Je moet om 6 uur in Lonneker zijn voor de start en dat is vanuit Zwolle toch een uur met de auto. Het betekent in mijn geval rond half 4 opstaan. Dan fietskleding aan, eten en de fiets achterop de auto. Inmiddels is Cor Vahl uit Ijsselmuiden gearriveerd. Samen met hem bereid ik mij voor op PBP. Het is voor hem het eerst dat hij mee wil doen. Ik heb 4 jaar geleden ook al mee gedaan.
De 300 km kenmerkt zich door frisse temperaturen en veel wind, met name op de terugweg is de wind tegen. De rit wordt hierdoor extra zwaar, maar vrijwel iedereen slaagt er in om binnen de maximaal toegestane tijd terug te zijn.
Tijdens PBP en ook tijdens de kwalificatieritten gelden er maximale tijden waarbinnen de rit gereden moet zijn. Op de kortere afstanden is dit geen probleem, maar wanneer er een nacht tussen zit wordt de limiet krapper.
De limieten zijn:
200 km 13 uur; 300 km 20 uur; 400 km 27 uur en 600 km 40 uur.
Voor PBP zelf kan gekozen worden uit 80, 84 of 90 uur (afhankelijk van de starttijd).
Begin mei staat er een 400 km te verrijden. Er zijn ongeveer 90 deelnemers in Lonneker waarvan circa een derde deel uit Duitsland komt. De route gaat direct degrens over, Duitsland in. We verrijden ons na goed 100 km en pakken zo een stukje Teutoburger Woud mee.
Het verste punt ligt in Warstein, in het noorden van Sauerland. Op de terugweg, in de vroege ochtend is het koud en begint het te regenen. Je vraagt je soms af waar je aan begonnen bent en of dit nog wel leuk is. Maar de bevrediging als je de klus geklaard hebt laat veel leed ondersneeuwen.
Eind mei volgt de 600 km. Weer vroeg in de ochtend op pad en weer richting Duitsland. Dit maal krijgen we circa 250 km van Sauerland voor de kiezen.
Het regent al bij de start en dat blijft zo tot vlak boven het Ruhrgebied. Daar breekt de zon door en het wordt lekker weer. Het blijft droog tot midden in de nacht, maar dan begint het weer te regenen. Samen met de ochtendkoelte zorgt dit er voor dat velen zitten te klappertanden op de fiets. Na een uur of 6 wordt het weer droog en na een kleine 30 uur zijn we terug in Lonneker.
De kwalificatie zit er op. Nu is het in conditie blijven en op naar Parijs.
In de tussentijd van juni tot half augustus rij ik nog een 300 km in Limburg en krijg tijdens de vakantie in Frankrijk een hittegolf over me heen. Aan ontberingen in de voorbereiding heeft het niet ontbroken.