Home | Verslagen | 2003, Viersen, 1000.
  • ERN
  • ERN
  • ERN
  • ERN
  • ERN
  • ERN
  • ERN
  • ERN
  • ERN
  • ERN
  • ERN
  • ERN
  • ERN
  • ERN
  • ERN

2003, Viersen, 1000.

DE SLUIPMOORDENAAR VAN VIERSEN

Op papier zag de 1000km van Viersen er redelijk simpel uit. Ongeveer de helft van het parcours is vlak, voordat de heuvelzone aangedaan wordt is er op het vlakke een goede tijdsbuffer te winnen. Maar zoals altijd, de theorie kan vergeten worden op het moment dat je start.
Allereerst waren er weinig deelnemers. Op basis van de eerste berichten was er gerekend op maximaal 50 deelnemers. Na de diverse 600km bleven er maar 15 over. Een goede dwarsdoorsnede trouwens. Ervaren randonneurs die nergens voor terugdeinzen naast eerste jaars randonneurs. Ligfietsers en bukfietsers, allen waren daar, uit drie landen, Duitsland, België en Nederland.

Een vlakke aanloop leent zich natuurlijk voor pelotonrijden. Zeker als er een harde wind staat. Maar de Duitse fietspaden gooiden roet in het eten. Van rustig doorrijden was geen sprake. Steeds weer was het optrekken en afremmen, acrobateren over oversteekplaatsen en door haakse bochten. De groep viel dan ook snel uit elkaar. Hans Wessels ging met zijn Quest snel van start. De meeste rijders bleven wel binnen elkaars zicht, en tot Dorken was er sprake van een redelijk groepje. Kort na Dorken spatte het uit elkaar. Na de grens draaide de route tegen de wind in. Alleen verloor ik snel tijd, totdat ik door Martijn en Sjef bijgehaald werd. Samen bereikten we de controle in Lonneker.

In Lonneker had ik net een cola en een tostie op tafel staan toen er een forse hoosbui losbarste. Goed dat ik zo snel gereden had. Even later kwamen John, Toon en Louis aan, zij hadden het niet droog gehouden. Ook Rieks kwam tijdens de bui aan. Hij was te laat gestart, maar had ons al bijgehaald. Rustig wachtte iedereen tot het weer droog werd, alleen Hans was uit zicht. Hij had hier al meer dan een uur voorsprong. Nadat de regen was afgenomen tot een motterbuitje hervatten we de weg. In eerste instantie reed ik samen met Maarten, Thomas, Bram en Theo. Maar al snel bleek dat ze tegen de wind in sneller waren. Ook niet zo'n probleem, alleen rijden heb ik nooit een probleem gevonden. Rustig zette ik mijn weg voort naar Deventer. Een enkele keer stopte ik kort als de de wegontwerpers er weer eens niet aan gedacht hadden dat fietsers ook op borden willen kijken. Vooral rond Goor moest ik goed opletten. Maar ik reed op dit stuk geen kilometer verkeerd.

Een eindje voor Deventer zag ik plotseling een fietser naast me opduiken. Het was Martijn. Ik zei hem dat Maarten, Thomas, Bram en Theo nog voor ons lagen. "Nee, zei hij, ze zitten achter m'n kont." Het bleek dat ze bij Goor verkeerd waren gereden, en later opgeveegd werden door Martijn. Nabij Deventer kregen kwam Rieks bij ons. In Deventer was de situatie wat onduidelijk door wegwerkzaamheden. Martijn en Bram gingen een kant op, ik reed met de rest op kompaspeiling door naar de IJssel. We waren iets te dicht bij het water om op een normale manier de brug op te komen, maar met de fiets op de nek over de voetgangerstrap lukte ook. Na Deventer was Apeldoorn snel bereikt. In Apeldoorn even zoeken, en vragen aan een politiepatrouille. Via wat brandgangetjes bereikten we de controle bij de woningbouwvereniging 'de goede Woning'. Hier zaten Martijn en Bram al. De sfeer was goed, veel controleurs die op een prettige manier de nacht door wilden.

Tegen de tijd dat de volgende groep binnenkwam ging ik er weer vandoor. De anderen had ik laten gaan, die zouden toch te snel rijden. Lange tijd reed ik alleen door de nacht en de vroege ochtend. De wind was niet continu meer tegen, af en toe een beetje mee. Hier kon ik nog redelijk tempo houden. Een tiental kilometers voor Maarsbergen zag ik plotseling Martijn en Bram. Ze hadden slaap gekregen en een dutje gedaan in een bushalte. Na een goed ontbijt in Maarsbergen zakte het tempo desastreus. De hele tijd had ik een forse wind op kop. De hitte maakte het er ook niet makkelijker op. Maar goed, ergens in de middag bereikte ik de controle in Hank. Samen met een klein groepje ging ik door tot vlak voor de Belgische grens. Het was inmiddels bijna avond, dus tijd om boodschappen te doen.

Enkele meters voor de grens raakte ik vol een gat in de weg met als resultaat twee lekke banden. Rustig de banden vervangen. Gelukkig is dit een echte wielerstreek, vlak voor 18uur weet ik in Minderhout twee nieuwe binnenbanden te bemachtigen. Dat kost wel wat tijd, ik moet lang wachten tot ik aan de beurt ben. De route gaat vanaf hier pal zuid. met een windje schuin in de rug schiet ik snel op naar Lier. Als ik aankom in het Café Waregem zijn Sjef en John er net. Zij hebben nog een koffiestop gedaan. Ook Louis is er al. De vrouw van Louis heeft een grote ketel soep voor de randonneurs gemaakt, en op kosten van de Lierse BCR krijgen we een tosti. Even later gaat Louis terug naar huis om te slapen. Toon slaapt al thuis, ook John is van plan in Lier te slapen. Hij zoekt een hotel. Sjef vraag me of we samen verder rijden. Ik vindt dit prima. We zijn wel al ver achter op schema. Het stuk van Lonneker naar Hank was eigenlijk bedoeld om een fikse voorsprong op de controlesluitingen op te bouwen. De harde wind maakte dit onmogelijk. Samen met Sjef doorkruis ik België. De eerste uren nog met daglicht.

Ergens ten westen van Brussel moeten de lichten aan. In Edingen is er nog een controle. Als wij er aankomen zijn nog wat kroegen open. Een stempel en wat te drinken is dus makkelijk te krijgen. Na Edingen gaan we echt de nacht in. In Noord-Frankrijk is er een controle met slaapgelegenheid, dat vooruitzicht houdt ons op de been. Gelukkig ken ik dat gedeelte van België vrij goed, zonder omrijden bereiken we de controle in Bavay. Onderweg sluit Rieks Koning zich nog bij ons aan. In 'L'etappe du Randonneur' is het redelijk druk, ook al is het al 3 uur 's nachts. Er staan wat veldbedden, en het eten is klaar. Rieks wil hier geen gebruik van maken, hij heeft een hotel gereserveerd vlakbij Maubeuge. De controleurs proberen hem uit te leggen hoe er makkelijk kan komen. Dat lukt niet al te best, dus een van de controleurs neemt zijn fiets en rijdt met Rieks mee naar het hotel. Wij doen ons inmiddels te goed aan het diner. Maarten was al op de controle, en ook Bram komt er aan. We besluiten allemaal hier te slapen. Zonder lekke band had ik deze controle eerder gehaald, en had ik nog door kunnen rijden naar Virelles, maar ja, pech onderweg heb je niet in de hand.  »
  » Het is al een uur of 8 als we opstaan. Geeft niet, we hebben ruim de tijd, de controle gaat nog lang niet dicht. Ik neem de bestellingen op en rij naar het centrum om croissants en brood te kopen. Binnen een paar minuten ben ik terug. Joel zet een grote pot jam op tafel voor op het brood. We ontbijten rustig, en maken ons dan klaar om door te rijden. Om een uur of 9 gaan we verder, met een klein groepje. Even buiten Bavay komen we Rieks weer tegen. Hij heeft goed geslapen in Maubeuge. Gezamenlijk rijden we verder, maar al snel besluiten de meesten om sneller te rijden.

Met Maarten en Sjef doe ik het rustig aan, behalve als een auto met twee trainende wielrenners erachter voorbijkomt. Zo'n buitenkansje laat je niet glippen. De controle vinden we makkelijk. Michel Vinage uit Chimay heeft het laatste stuk uitgepijld, en controleur Frank was met de auto komen kijken waar we bleven. Tot mijn verbazing zijn we de eersten. De anderen zijn doorgereden. Frank is stomverbaasd. Maarten en Bram reden niet ver achter hem toen hij de oprit van de controle opdraaide. Even van tevoren hadden ze nog naar hem gezwaaid. Sjef komt niet veel later binnenrijden, hij had geen enkel probleem de controle te vinden. Yvonne zet ons snel wat warm eten voor. We genieten er goed van. Nadat we ons eten ophebben komt Toon aan. Hij is om 2 uur in Lier vertrokken en goed doorgereden. Echt snel wil ik nog niet weg, er zijn goede douche's op de controle en het is nog ver. Als ik me na het douchen klaar aan het maken ben om weer te gaan rijden komen Maarten en Bram v.d. Veen binnen. Zij hebben bijna een uur rondgedoold. Bram ontploft meteen. Hij verwijt ons van alles, vooral slecht organiseren. Sjef wijst hem direkt terecht, "Bram, er wordt hier niet gescholden". Dat helpt niets, Bram raast nog een tijdje door. Ik suggereer dat hij dan misschien beter mee kan rijden met organisatoren als hij de kans heeft. Dat schiet hem helemaal in het verkeerde keelgat. Ik moet van hem die woorden terugnemen. Waarheden die ik door schade en schande geleerd heb neem ik niet terug. Ik trek me niks meer van hem aan en ga mijn fiets klaarmaken.

Vanaf Virelles hield het klimmen en dalen niet meer op. Behalve dan in het mooie dal van de Semois, dat we enkele tientallen kilometers volgden. In Montherme stoppen we rond een uur of 5. Even wat drinken, rusten en boodschappen doen voor de nacht. Terwijl Maarten en ik de supermarkt bezoeken, doet Sjef een dutje. In de supermarkt is een heerlijke pastasalade te koop, dat geeft weer energie voor een paar kilometer. Als we terugkomen bij het café meldt Sjef ons dat hij Toon zag voorbijrijden. Langs de Semois rijden we verder dor. Het is nu makkelijk navigeren, op de kaart is heel duidelijk te zien dat we door het dal blijven rijden. Tot aan Membre is het makkelijk rijden, dan verlaten we het dal. Nog even zien we de Semois terug, in Rochehaut. Daar is het al laat genoeg om te eten, en we zien een restaurantje met een prachtig uitzicht over de Semois en het dorpje Frahan. Dat laten we ons niet ontgaan. Ook de omeletten in het restaurant waren van goede kwaliteit. Na heel wat kilometers klimmen komen we vroeg in de nacht Bastogne binnen. De meeste kroegen zijn al dicht, maar voor de nachtbrakers zijn er toch genoeg mogelijkheden. Bij de eerste open kroeg is er geen stempel, maar een friture/shoarmazaak heeft wel een stempel. En ook nog eens een goede pastamaaltijd. We genieten ervan. De uitbater is ook verbaasd over onze rit.

Na Bastogne wordt het toch knap fris. De slaap begint ook langzaam toe te slaan. Kort voor de Luxemburgse grens zie ik een open schuur, maar Sjef en Maarten rijden te ver voor me uit om ervan te profiteren. Als ik weer bij hen kom zitten we al in Luxemburg. Al snel zie ik dat de Luxemburgse bushaltes van goede Randonneurskwaliteit zijn. Kort voor het ochtendgloren maken we er gebruik van. Zo'n anderhalf uur slapen we met z''n drieën in de bushalte. Dat hadden we echt nodig. Nu ontbreekt alleen nog maar een goed ontbijt. In Troisvierges zoeken we naar een open bakker. Maar helaas, alles is nog dicht. Dan maar verder richting St. Vith.

Bij de Luxmeburgs/Belgische grens zien we een goed tankstation. We kopen ons ontbijt en genieten van het ochtendzonnetje. Na een tijdje gaan we door richting St. Vith. Het is even goed indelen met de rustpauze's. Tijd hebben we zat. Dit stuk van de route is eigenlijk makkelijker. Of het gaat lang omhoog, of lang omlaag, niet meer dat ellendige op en afrijden.

Vlak na Camp Elsenborn stoten we op John en Bram. Bram hangt als een dood vogeltje bij John in het wiel. Aan John is echter helemaal niet af te zien dat hij 900km heeft gereden. Samen rijden we verder naar de Duits/Nederlandse grens. Vlak voordat we de Eiffel echt verlaten zien we langs de kant een controle van een toertocht. We stoppen even, en krijgen direct wat te drinken aangeboden. Ze hadden al meer van ons langs zien komen. Gelukkig is er in de organiserende vereniging ook een Trondheim-Oslo rijder, dus ze zijn niet echt verbaasd over ons. Toch blijven we niet te lang hangen, en rijden door naar Lammersdorf.

In Lammersdorf volgt een fantastische afdaling naar Müllartshütte. Van dat diep-zwarte asfalt met goed lopende bochten. Ik bepaal mijn maximale bochtensnelheid op 50km/u, maar Maarten vindt dat 60 ook moet kunnen. Het is even oppassen dat we elkaar niet teveel opjagen bergaf. Onderaan in Müllartshütte wachten we op Sjef. Op het laatste stuk valt ons groepje toch nog uit elkaar. Maarten heeft zich de hele tijd gespaard, hij is sterk genoeg om uren eerder aan te komen. Bij Sjef is het bester ervanaf. Hij heeft last van zitvlak en voeten. Ik voel me prima, maar een hoog tempo rijden zit er bij mij nooit in. Het lukt me om net binnen de 72uur binnen te komen. De snelste mannen zijn al binnen, maar die misten de controle in Virelles. De rest druppelt de uren erna binnen. Cor van Leeuwen komt klokslag 9 uur binnen, net op tijd. Alleen Robert uit Zeeland is te laat.

Ivo Miesen

 

 
Verslagen