2003, E.R.N., 600 km
Het is alweer even geleden maar ooit heb ik een tocht van 540 km redelijk soepel uitgereden. Dat was Trondheim-Oslo in 1976. Ik verkeerde toen blijkbaar in de kracht van mijn leven. Of waren de benen die dag toevallig super? Wie zal het zeggen... Voor de 600 geeft die oude ervaring, hoe gek het ook mogen klinken, toch een redelijk rustig gevoel. Je weet ongeveer wat de bedoeling is en wat je zoal te wachten staat. De training van het voorjaar en de voorgaande brevetten versterken dat voorzichtige optimisme. Maar, we moeten niet te vroeg juichen. Zeshonderd kilometer is lang en het terrein is bepaald geen biljartlaken!
Na de 400 heb ik me noodgedwongen nogal koest moeten houden. Trainingen van twee uur waren ongeveer het maximum, meestal was ik na vijf kwartier weer thuis. Die terugval in trainingsarbeid had ik vooral te danken aan ontstoken pezen en/of geïrriteerde zenuwen in de handpalm. Deze klachten staan te boek als het ‘Carpaal Tunnel Syndroom’. Door veel rust te houden en met een dubbel stel handschoentjes met daartussen een extra laagje schuimrubber + extra foam op het stuur te fietsen is het herstel redelijk voorspoedig verlopen. Maar van een 100 % genezing was echter geen sprake. Met wellicht het matige weer van ‘de 600 van Lonneker’ in het achterhoofd stond het peloton zaterdagmorgen goedgemutst om 08.00 uur aan het vertrek. De weersvooruitzichten waren immers prima. Zou de Ardennen ons nu eens zonder regen laten passeren? Veel bekende gezichten; totaal 33 mannen. Dit keer geen dames.
De eerste etappe voerde over bekend terrein door de Belgische Kempen naar de zuidkant van Noord-Brabant. Nu alles groen is en het blad aan de bomen hangt heeft de streek, in vergelijking met ‘de 200’, een ware gedaantewisseling ondergaan! Het tempo lag in de eerste uren nog niet al te hoog. De heuvels van de Ardennen wierpen hier hun schaduw reeds vooruit, zo leek het. Of waren de benen bij de meeste deelnemers vandaag niet goed? De eerste controle na 77 km in Hooge Mierde (10.55 uur) is voor velen een reden voor een korte koffiestop. Het veld is dan ongeveer in drie groepen uiteengevallen. Ik zit in de middelste groep. Al snel stap ik met nog vier andere weer op.Vanaf hier tot aan Obbicht wordt er stevig doorgereden. Obbicht (172 km) bereiken we om 14.25 uur. Onderweg geen oponthoud gehad door lekke banden of fout rijden. Wel langzaam maar zeker last van een lichte hoofdpijn gekregen. Waarschijnlijk de warmte en de redelijk stevige inspanning op weg naar Limburg. Met koffie en cola bereiden we ons langzaam voor op de dingen die komen gaan. Het meer serieuze werk staat immers nu op het programma. De beklimming naar het hoogste punt (321 m) van Nederland is een aardige test voor de benen. Voelen ze goed of zit er pap in? Mijn handen zijn weliswaar gevoelig, maar met de dubbele set handschoentjes + schuimrubber ondervind ik tot dusverre geen last. Als het zo blijft is er weinig aan de hand. Wel is het zaak om regelmatig een andere greep op het stuur te kiezen teneinde verkramping en irritatie te voorkomen.
Met een groep van ca. 10 man vertrekken we vanuit Obbicht richting Limburgse heuvels. Zodra die voor de wielen komen valt de groep uiteen. Ik kan me redelijk handhaven en we trekken met z’n vieren naar Vaals. De Vaalserberg had ik me makkelijker voorgesteld. Ik heb de 27 op de meeste stukken nodig. Om 16.20 uur arriveren we bij het Drielandenpunt voor een controle en versnaperingen. We hebben er inmiddels 217 km op zitten. Van die versnaperingen komt overigens weinig terecht. De eetlust is finaal verdwenen en ik stel me tevreden met een puntje rijstevla en een te grote cola. Er zijn meer rijders die hier klagen over voedingsproblemen. Met volle bidons ga ik samen met Kick en drie liggers beginnen aan de ‘afdaling’naar België. Gert moet halverwege weer omhoog om zijn vergeten bidons op te halen. Op de eerste hellingen in België voel ik de kramp in mijn recht bovenbeen opkomen. Later komt daar ook het linker bovenbeen bij. Ik had de tip van Yvonne voor Calcium-Magnesiumbruistabletten (20 stuks voor € 2,70 bij Kruidvat) goed onthouden. Reeds bij de 400 heb ik ze gebruikt en nu had ik er ook één in water opgelost. Helaas, het blijkt geen tovermiddel te zijn! De liggers volgen op afstand. Ik rij samen met Kick verder. Uiteindelijk zal ik met hem nagenoeg de rest van tocht afleggen..
Via wat provinciale en andere wegen geraken we in Eupen aan de voet van de klim naar ‘het dak van het belgenland’. De klim is mij bekend. Niet al te steil maar wel 14 km lang en irritant vanwege het drukke autoverkeer om je heen. De klim valt tegen. Niet het stijgingspercentage of het verkeer, maar de kramp en de warmte spelen me parten. Ik begin hier en op latere momenten te verlangen naar het vlakke en winderige polderland van Noord-Holland. Begint hier een mission impossible? PBP lijkt verder weg dan ooit. Bovenop de Baraque Michel (258 km) lassen we een korte stop in. Op het hoogste punt van België zit ik een behoorlijk diep dal. Eten gaat niet meer en ik voel me beroerd; leeg en futloos. Ik kijk jaloers naar degene die vast voedsel naar binnen slaan. Altijd gedacht dat eten nagenoeg vanzelf gaat. Mijn gedachten dwalen af naar het station in Malmedy. Als ik daar op de trein stap kan ik via Luik en Maastricht weer redelijk snel in Nederland zijn! Dit zijn de momenten waarvoor je altijd gewaarschuwd wordt; ook hier moet je doorheen. In PBP zullen die momenten ook vast en zeker gaan komen. Geen enkele reis naar het station dus!! »
» Ik trek een ondershirt met lange mouwen aan voor de frisse afdaling naar Malmedy. Vooral op het einde van deze afdaling is het uitkijken geblazen; lastige bochten, redelijk druk verkeer en slecht asfalt. Gelukkig hebben we nog voldoende daglicht om veilig in Malmedy aan te komen. In de afzink kan ik m’n maatje vanwege kramp niet meer volgen. Ik stop en drink nog wat Extran, strek de benen en stap weer op. De groep is dan al voorbij en ik zal het stuk naar Vielsalm alleen moeten rijden. Ook na Malmedy zijn we weer aangewezen op vrij drukke doorgaande wegen. Aangezien ik al jaren met een groepje in de Ardennen er opuit trek is de route voor mij bekend. Dat maakt het navigeren een stuk gemakkelijker.
Voorbij Stavelot richting Vielsalm passeer ik aan de linkerzijde van de weg het bekende kerkje in Grand-Halleux. Voor de LBL-kenners een ‘landmark’. Hier moet je uit zuiden gekomen rechtsaf (met de ketting reeds op het binnenblad anders sta je gegarandeerd stil!) direct recht omhoog richting Wanne. Dergelijke hellingen krijgen we gelukkig nu niet voor de wielen.
In Vielsalm (21.25 uur) volgt een hergroepering op het buitenterras van een Italiaan.We hebben we dan 300 km op de teller staan. Ik bestel tomatensoep en spaghetti. Zowel de soep als de pasta kan ik naar binnen krijgen! Na pakweg drie kwartier tot een uur (de kok had geen haast!) stappen we (8 man) met warme kleren en verlichting op richting Baraque Fraiture. We gaan weer de hoogte opzoeken via een 12 km lange klim vanaf Salmchateau, waarna de afdaling volgt naar La Roche. Bergop valt de groep weer uiteen. De drie liggers raken meteen achterop. Drie man vooruit en m’n maatje en ik daar tussenin. De afdeling naar La Roche ben ik reeds vele malen op en af geweest. Onder andere in de Claude de Criquielion van 2001. Bekend terrein derhalve. Ruime weg, goed lopende bochten en prima asfalt. Alleen hebben sommige automobilisten de neiging om zich hier, ook in het pikkedonker, op het circuit van Fancorchamps te wanen! In La Roche aangekomen wacht ik even op m’n maatje. Samen rijden we door richting de briefkaartcontrole in Marche en Famenne. Daarvoor krijgen we nog een stevige klim voorgeschoteld. Via Hotton en Grandhan trekken we verder richting Clavier. Als we om 03.15 uur in Clavier van de fiets stappen staat de teller inmiddels op 390 km. De slaap is tot nu toe weggebleven dat geldt overigens ook nog steeds voor de trek in vast voedsel. De soep smaakt in ieder geval goed en ook het blikje rijstevla krijg ik naar binnen. Na een 20 min. besluiten we weer op te stappen en richting Huy te rijden. Na een tijdje kunnen we de verlichting uitschakelen. Zowel voor als vlak na Huy staat nog een briefkaartcontrole op het programma. Bij die laatste controle, het is inmiddels al weer ruim een uur licht, hebben we nog 165 km te gaan tot de verlossende finish. Voorlopig maar niet aan denken. Zo langzamerhand begint ook het zitvlak op te spelen. Ondanks twee keer ‘smeren’ wordt alles steeds gevoeliger en kost het vinden van een redelijke zit veel moeite. Ik denk dat het aan m’n broek ligt, maar later hoor ik dat ik niet de enige was. Op weg naar de gesloten controle in Jeuk krijg ik zowaar trek in een BigMac. Helaas is er geen McDonald’s in de wijde omgeving te bekennen. Later besluiten we met drie andere rijders in St. Truiden wat te eten. De omelet krijg ik goed weg. Het glas melk moet de maag rustig houden, hetgeen wonderwel lukt.
We trekken via de bekende fietspaden verder richting Herselt. Bij deze stop hebben we 524 km achter ons liggen. In Herselt heb ik behalve thee alleen een tosti naar binnen kunnen krijgen. Op die tosti zal ik de streep moeten zien te halen. De laatste 75 km zijn zwaar. We zijn moe en het is weer bloedheet geworden. We rijden weer met z’n tweeën omdat we de drie anderen door eerder te vertrekken en daarna fout te rijden uit het oog verloren zijn. Tot overmaat van ramp rijdt m’n maat ook nog lek. Het wisselen van de binnenband in de felle zon kost de nodige inspanning. Op de voorlaatste controle in Essen vullen we de bidons voor de laatste maal en slaan af richting Nederland. Nog even en de 600 zit erop.
Teruggekomen in Ossendrecht besef ik dat ik zojuist de langste tocht in mijn wielerleven heb afgerond. De conditie geeft in ieder geval vertrouwen voor PBP. De voedingsproblemen hebben me wel aan het denken gezet. Was dit een incident of ga ik op 18 augustus op herhaling? Ik zet snel een handtekening op mijn startkaart, fris me op, pak mijn rugzak en stap weer op voor de laatste 14 km richting trein in Bergen op Zoom. Halverwege bind ik een handdoek om het zadel want gewoon zitten is haast onmogelijk. Bij het station aangekomen heb ik het idee voor een tweede maal over de finish te zijn gekomen!
Atze Kamma, 3 juni 2003