2003, E.R.N. 200 Km
Mijn eerste brevet begint al vroeg, nee niet op de zaterdagmorgen, maar om 16.21 uur op de vrijdagmiddag. Dan vertrekt namelijk de stoptrein van Hoogkarspel naar Amsterdam. Vandaar gaat mijn reis via Schiphol, Rotterdam en Roosendaal naar het Zeeuwse Rilland-Bath. Je moet immers wat organiseren als je (nog) bent aangewezen op het openbaar vervoer en op tijd van start wilt gaan! Overigens is de drempel om zo te reizen laag, omdat ik al in het bezit bent van een NS-Jaarkaart. Anders werd het rijden van de brevetten nog een verrekt dure onderneming.
De stoptrein vormt het eerste obstakel maar deze laat me vandaag niet in de steek Dat is wel eens anders...
Ik ben wel benieuwd hoe strikt de regels vandaag worden gehandhaafd rondom het meenemen van de fiets. Tenslotte moet ik in de voor de meeneemfiets deels ‘verboden’ spitsuren reizen. Tot Amsterdam geen last. Op Sloterdijk even overstappen richting Schiphol en van vandaar in de Intercity richting Roosendaal-Brussel. Na Sloterdijk zit ik in de ‘Sperrtijd’ voor gewone fietsen. De conducteurs zijn vandaag echter in een goede stemming en laten me rustig zitten naast mijn Cannondale. Controleren natuurlijk wel mijn reisdocumenten. De Belgische conducteur van de trein naar Brussel steekt zelfs de helpende hand toe bij het inladen van mijn fiets. Daar zou z’n Nederlandse collega nog een goed voorbeeld aan kunnen nemen!
Geheel volgens de dienstregeling, na een overstap in Roosendaal, arriveer ik om 19.28 uur in Rilland-Bath. (tot voor kort een mij volslagen onbekende bestemming!).
De laatste 17 km naar Ossendrecht gaan uiteraard per fiets. De verlichting heb ik nog niet gemonteerd maar ik red het nog net zonder. In Hotel Dekkers is het, op een paar Duitse gasten na, erg rustig. Om 06.00 uur gaat de wekker. Wat een luxe, ik moet een brevet rijden en kan nog 1 uur later opstaan dan normaal! Bij het ontbijt (staat om 06.00 uur klaar!) blijken er nog drie randonneurs te hebben overnacht, waaronder John Zeilmaker.
In Café Boulevard heerst om 06.45 uur al een gezellige drukte. Mijn kaart ligt klaar en er is nog tijd voor koffie en een praatje. Voor mij veel nieuwe gezichten. Wel enkele bekenden van het ERN-weekend van 8/9 maart. Met een groep van 70 man en 1 vrouw (2 redactie.) stappen we om ca. 07.10 uur in de ochtend schemer op. De routebeschrijving is prima en wordt bovendien op de weg met pijlen ondersteund.
Vanaf de start gaat de zweep er gelijk overheen. Op de vele smalle (Belgische) fietspaden wordt iedereen mede door de steeds sterker wordende wind ‘op de kant gezet’. Vooral door het straf aangehouden tempo kost die wijze van koersen, vooral als het lang duurt, erg veel kracht. Die wijsheid blijkt ’s-middags weer eens te kloppen.
Bij snelheden van ruim boven de 35 km/uur komen flarden herinneringen boven uit mijn amateur-tijd (heel lang geleden). Laat ik nou altijd gedacht hebben dat het randonneurswerk vooral bestond uit lang en langzaam peddelen. Dit lijkt af en toe verdomme meer op een wegklassieker van amateurs die denken dat de eerste koers tevens de laatste is. De vroeger opgedane wedstrijdervaring komt echter goed van pas bij het ‘kort aan en in ’t wiel rijden’. »
» Een goeie die me zo uit het wiel rijdt denk ik nog optimistisch bij het geregeld aangehouden ‘koerstempo’. Deze wijze van ‘koersen’ verreist natuurlijk wel dat mijn voorgangers goed kunnen sturen. Daar blijkt niet iedereen even geschoold in te zijn. Dat bleek ook al in Viersen en Lonneker het geval. Oppassen voor valpartijen dus en de ‘goede wielen’ uitkiezen.
De eerste echte controle na 65 km in Gilze bereiken we enigszins verbrokkeld. Mede door het harde rijden op de smalle fietspaden. Ik noteer een gemiddelde van 29. Na twee bakken koffie gaat een flinke groep met onder andere Leo, Cor, Ben, Hans weer op pad. Onderwijl worden enkele rijders ‘opgepikt’. Hoewel de omgeving voor mij nieuw is, vereist het rijden met een vervelende en scherpe wind op smalle fietspaden veel aandacht. Overigens lijkt het erop dat we de hele dag de wind tegen hebben. Er zijn maar weinig stukken die even ontspannen gereden kunnen worden.
Na de controle bij km 90 vertrekt wederom een kleine groep. Sommige blijven nog even wat rusten terwijl een deel al weer snel opstapt. Ik besluit ook weer snel te vertrekken. Bij het wegrijden komen de eerste (een stuk of drie) ligfietsen aanrijden. Ook de allerlaatste groep (ik kom ze om 17.00 uur tegen als ik na de tocht weer bijna in Roosendaal ben) bestaat uit een stuk of vier ligfietsen.
Bij km 160 begint mijn lichaam langzaam maar zeker te protesteren. De macht is weg en ik word beurtelings getrakteerd op kramp in de bovenbenen. Het lijf is wel getraind, maar nog niet geheel gewend aan inspanningen van dit kaliber, zo luidt mijn voorzichtige analyse. Bovendien rijd ik vandaag voor het eerst dit jaar op de 52. Mijn groep van een man of acht last in Zundert (163 km) bij een kennis van een van de rijders een extra koffiestop in. Ik besluit in een aangepast tempo door te rijden om enigszins ‘op schema’ te blijven en vooral niet te forceren. Bij de voorlaatste controle op 191 km word ik door ‘mijn groep’ weer ingehaald. Ik besluit niet aan te pikken want mijn ‘dip’ en de kramp zijn nog niet voorbij.
Om ca. 15.45 uur mag ik na 202 km ‘aantikken’ in Café Boulevard. Na afhandeling van de formaliteiten zet ik mij aan de cola en koffie. Ook rek ik mijn bovenbeenspieren op. Want na de laatste stempel in Ossendrecht is de tocht nog niet ten einde. Vanwege werkzaamheden aan het spoor kan ik niet in Rilland-Bath opstappen, maar zal ik in Roosendaal de trein richting Amsterdam en verder naar Enkhuizen moeten nemen. Nou, die 23 km kunnen er ook nog wel bij. Het ritje naar Roosendaal beschouw ik maar als ‘uitrijden’. De kramp blijft gelukkig weg, mede geholpen door het ingehouden tempo van 20-22 km/uur.
De zondag wordt daardoor een echte rustdag. Om 18.02 uur heb ik de trein en om 20.45 uur sta ik thuis in Hoogkarspel onder een heerlijke douche. Wat zouden we toch moeten zonder trein!
Terugkijkend op mijn eerste brevet kan ik niet anders dan positief zijn. Goede organisatie, goed weer (behalve de wind) en een mooie route. Op naar de 300!
Atze Kamma
6 april 2003