Home | Verslagen | 2002, E.R.N. 400km
  • ERN
  • ERN
  • ERN
  • ERN
  • ERN
  • ERN
  • ERN
  • ERN
  • ERN
  • ERN
  • ERN
  • ERN
  • ERN
  • ERN
  • ERN

2002, E.R.N. 400km

WRB 400Km, 24-25mei 2002: Over lekrijden en andere perikelen

1e etappe naar Tienen
Robert’s startfluitje is om 22:00 te Ossendrecht. Een overzichtelijke groep fietsers rijdt in bedaard tempo richting Putte. Het zal mij benieuwen, dit wordt een bijzondere tocht, daar ik een grens ga verleggen, deze lag op 350km en is alweer zo’n 13 jaar oud. Het wordt al snel donker, de avond valt en we rijden de bossen in bij Kalmthout. De knipperlichtjes op mijn fiets zijn leuk om gezien te worden maar ikzelf zie er niet veel mee, volgende keer maar eens echte verlichting op de fiets zetten. Na zo’n 50km wordt er geroepen: ‘LEK!’. Zo’n 5 seconden later loopt mijn achterband direct leeg. ‘Hoe kunnen ze dat nou al weten?’, vraag ik me af. Blijkt dat ik niet de enige ben. België blijkt een paar heel vervelende drempels en kuilen te kennen waar een stootlek zo gereden is. Jan is weg, terwijl ik graag bij hem in de buurt was gebleven, zijn snelheid ligt me wel.

De groep splitst zich, er rijden nu zeker al drie groepjes. Een eind verderop wordt er weer lek gereden. Ik besluit om door te rijden, het is belangrijk om warm te blijven en in een sportritme te blijven. Even verderop word ik door drie snelle gasten ingehaald, waarschijnlijk de kopgroep die verkeerd is gereden. Deze gebeurtenis onderbouwt mijn theorie dat snelheid en gemiddelde snelheid los van elkaar staan, een slimme vent rijdt niet te snel en let goed op en komt ook netjes op tijd aan (probeer maar eens een binnenvaartschip bij te houden die met 20p/u 24uur lang vaart). Nu rijd ik daar dan alleen in het pikkedonker, dat is even slikken. Toch wel wennen, mijn warme bed is ver weg.
Na een tijdje zie ik een rood lampje, het komt tergend langzaam dichterbij. Ik haal Martijn in en samen rijden we op naar Tienen.

2e etappe naar Ouffet
De pauze in Tienen doet zijn werk, ben weer het mannetje. In Tienen zelf komen we uiteindelijk niet goed weg. Martijn probeert wat en Jan ik ook. In de stad krijgen we wat aanwijzingen maar we proberen toch maar de rondweg met de klok mee. Met Jan rijd ik samen in het donker, dat gaat goed, rustig de heuveltjes op en lekker doorfietsend naar beneden. Ik versnel even en stap af, wacht op Jan en midden in de nacht moedig ik hem aan alsof ik een toeschouwer ben, hij kan er om lachen! Na enige tijd halen we Martijn in (ook hij kent mijn theorie over de gemiddelde snelheid denk ik). Met zijn drieën rijden we verder.
Drup, drup. Langzaam begint het te regenen, het is fris, de Ardennen naderen, dat belooft wat! Twee lange afdalingen en het is wel erg koud. Ik begin te vrezen dat het klimwerk zijn tol gaat eisen en ik besluit om met een lichter verzet te gaan rijden. We naderen het maasdal. Huy ligt er schitterend bij in het donker en de mysterieuze mist van de motregen. We fietsen door een uitgestorven stadje. Ik weet dat het nu gaat beginnen, het Ardennenoffensief. Jan wijst me de Muur van Huy aan, waar we gelukkig niet tegen op hoeven.
En dan rijd ik opeens midden in de Ardennen, prachtig. Wel is het erg nat! Bij de gesloten benzinepomp rusten we even uit en posten de stempelkaart. Martijn fietst snel door.

Naar Clavier
Nu een klein stukje naar de boerderij, hoewel, we rijden al meteen verkeerd maar hebben dat ook snel door. Het water komt nu met bakken uit de hemel, elke meter is vervelend. Mijn dure regenjas heb ik wel aan, maar ik merk er niets van, sterker nog, van binnen is het dubbelnat, zweet en regen doen mij verkleumen. Mijn waterdichte overschoenen doen ook hun best mijn feestje te bederven, het is koud en nat in mijn schoenen. Fijn hoor die moderne spulletjes. Ik denk terug aan de goede tijd dat ik fietste met een vuilniszak en met elastiekjes vastgehouden plastic zakken om mijn schoenen om droog te blijven. Ik begin te twijfelen aan de haalbaarheid van deze missie, ik word straks ziek vrees ik.  »  » Het wordt beetje bij beetje lichter, de natuur ontwaakt en ik word zelf ook weer wakker. Toch wel fijn dat de dag er weer is. Plotseling krijg ik het LBL-gevoel. Stil, fris, rust, in de Ardennen. Hier doe je het voor!
Jan en ik komen zeiknat aan, en nemen een uur pauze op de boerderij. Soep, taart, kachel, perfect. Anderen zijn er al, en er druppelen nog meer helden binnen. Bij de kachel zitten er heel wat te kleumen, wat een pokkenweer zeg, je moet nu echt sterk zijn. Er zijn hier uitvallers hoor ik later.
3e etappe naar Jeuk
Wegens het noodweer mogen we een paar kilometer afsnijden van Robert, dat scheelt weer. We dalen lang af naar Huy, weer iemand een lekke band. Na Huy volgt de laatste echte flinke klim. Bij de benzinepomp maar weer eten, ik wil niet maar ik moet wel.

Wind mee! Heerlijk zo, dit is goed voor het koppie. Wel helaas mijn 2e lekke band. Ik krijg mijn buitenband niet goed om mijn nieuwe supervelg, er blijft een bobbel inzitten. De groep wacht op me, maar eigenlijk hoeft het van mij niet. Ik krijg het gevoel dat het beter is om eigen tempo te gaan rijden. Ik ga merken dat het veel uitmaakt of je 26 of 27 p/u rijdt.
In Jeuk genieten van de soep.

4e etappe, naar Herselt
Ongeluk. Een vrachtwagen rijdt achter op de fiets van Sybren. Dat is schrikken! Hij komt gelukkig met de schrik vrij maar zijn fiets is een verwrongen hoopje staal en aluminium, ik heb met hem te doen, zonder fiets is hij niks. We staan nu een half uur in Zichem, de schrik zit er in, vanaf nu heel goed opletten.
De fietspaden zijn smal, niet onderhouden en gevaarlijk, alle op- en afritten zijn een potentieel gevaar. Waar zijn die mooie Hollandse fietspaden?
In Herstelt aan de macaroni, chips, yoghurt en cola. Hèhè, eindelijk warm eten.

Naar Essen
Ik doe veel kopwerk met 26 p/u. Dit om twee redenen, ik zie beter wat er op me afkomt en ik rijd mijn eigen tempo. Volgende lekke band in de groep. Mijn reservebuitenband komt van pas, weer iemand blij gemaakt. En nog een lek, de groep is te groot, te veel banden denk ik, straks zijn alle banden op. Ik rijd alleen door na, je raad het al, de zoveelste lekke band. Waarom rijden ze met zulke dunne bandjes, 25mm is wel het minste dat je in België op je velgen moet leggen! Ik bedenk me dat ik ook al twee keer lek reed.
Nu nog 60Km eigen tempo. Dat gaat goed zo. Het gekke is dat ik me nu pas zeker voel omdat ik nu zeker weet dat ik deze tocht ga halen.
Langzaam gaat het kaarsje uit. Ik moet nu heel goed opletten, mijn reactievermogen daalt en ik kom in een trance terecht. Verkeerslichten doen me niets, verkeer van rechts interesseert me niet meer. Bijna word ik gegrepen door een auto die achter een heg zo het fietspad oprijdt. Ik ben woedend, ga schelden, maar ben wel meteen klaarwakker! Ik test mezelf uit en ga sommetjes maken, dit lukt nauwelijks, geen goed teken. Als het 5 min. duurt om 347+256 uit te rekenen ben ik al ver heen.
In Wuustwezel 20minuten gezeten en wat gedronken. De groep komt maar niet, veel lekke banden zeker.

Na de laatste tussencontrole nog een stukje richting Huijbergen. Ik rijd Nederland binnen en weet nu dat het zo afgelopen is met de pijn. Met de laatste beetjes kracht rijd ik Ossendrecht binnen. Cor vraagt naar mijn adres en postcode voor de medaille maar die kan ik me niet meer herinneren, mijn hersens zijn op, eerst een colaatje.
Het is mooi zo. Ik heb een grens verlegd!

Bart van der Horst, Euraudax Randonneé Nederland
 

 
Verslagen