2001, London-Edinburgh-london
Langs schapen en vogelverschrikkers: 1400km tussen London en Edinburgh
Al een paar uur rij ik door de donkere bossen. Steeds lijkt de weg omhoog te gaan. Maar eindelijk zie ik wat beschaving. Hier moet ergens een controle zijn. Pas kilometers na het dorp zie ik het bordje controle. Ik ga naar binnen, en sta bijna aan de grond genageld. Een kale zaal in aanbouw. Links en rechts gestalde fietsen, en overal slapende fietsers. Sommigen in een slaapzak, sommigen onder een reddingsdeken, maar de meesten liggen gewoon in hun fietskleren, hooguit een jack over zich gegooid. In een hoekje zitten wat rijders rond een warmtekanon en eten. Het eten wordt geserveerd door Tibetaanse moniken.
Nee, dit is niet Tibet, maar Schotland. Bijna een dag eerder was ik gestart in Harlow, net ten noorden van London. Op het programma stond de langste randonneurstocht van dit jaar, London-Edinburgh-London, 1400km.
Bij de start leek het net een zondagochtendtoertocht. Binnen de bebouwde kom van Harlow ging het nog rustig, maar op het moment dat we op de buitenweg kwamen werd het tempo opgevoerd. Vooraan hoorde je vooral Italiaans, de Italiaanse deelnemers hadden zeker wat cyclosportieves gereden, zo werd er gekoerst. De meeste Engelsen werden er direct afgereden. In een lang lint ging het naar de eerste controle in Longstowe.
Anderhalve dag later is er niet meer veel over van het Italiaanse peloton. Enkele plukjes Italianen en anderen zwerven door Noord-Schotland. Op de terugweg van Edinburgh sluit John uit Leeuwarden bij me aan. Zijn gezicht is getekend door de tegenwind. De harde zuidwester die ons op de eerste dag vooruitjoeg staat nu recht in ons gezicht. We vorderen langzaam, maar zeker. Zelfs bergaf moeten we bijtrappen. De enige levend zielen die we zien zijn schapen, schapen en nog eens schapen. Hier wonen duidelijk meer schapen dan mensen. Af en toe rijden we over desinfecterende matten, een wrange herinnering aan mond en klauwzeer.
Tegen de avond gaat de wind liggen.
Inmiddels rijden we in een aardig groepje, dat zich verzamelde bij de controle in de tempel van Eskdalemuir. In de schemering rijden we verder naar Carlisle. Dat moet makkelijk gaan, het is vooral bergaf. Toch is het voor een aantal mensen moeilijk. Rijders met maar een koplamp moeten het afleggen tegen degenen met dubbele halogeen koplampen. Dat scheelt toch al snel 10km/u in de afdaling. In Carlisle besluiten de meesten te slapen. Voor mij is dat niet nodig, ik had op de heenweg in Eskdalemuir al 6 uur geslapen. Er zijn nog maar weinig rijders onderweg. Ik weet dat er nog een klein groepje rond veteraan Jack Eason onderweg is, en Bill en Trish Farnham zullen na mij vertrekken. »
» Onderweg slaap ik zoal gepland een uurtje in een bushalte. Net als Bill en Trish voorbijrijden word ik wakker. Even later kom ik hen weer tegen en rij samen met hen verder. We komen door Alston als het dorpje net wakker wordt. Hier wacht ons een onvervalste vlaamse helling. Daarna door naar Yad Moss, een echte pas met veel schapen.
Aan de andere kant van Yad Moss, in Barnard Castle moet ik toch even stoppen. Ik heb toch wat second skin nodig voor m'n handen, na al dat ruwe Schotse asfalt. Bij de drogist kent men al het standaardpakket voor fietsers. De bekende zalfjes en second skin zijn bijna niet meer aan te slepen. Daarna wat ravitailleren en buiten het dorp eens goed eten. Een enkele randonneur fietst me voorbij, de grote pelotons zijn in Schotland helemaal uit elkaar geslagen.
In de avonduren kom ik aan in Thorne. De hal staat stampvol met fietsers. Veel van deze fietsen en hun berijders heb ik de afgelopen 24uur al twee keer gezien. In Carlisle vooral de fietsen. Onderweg zag ik de rijders me voorbijrijden. Dit blijft typisch bij randonneurstochten. De meeste randonneurs rijden snel en slapen veel, een klein groepje rijdt rustig en slaapt weinig. Uiteindelijk is het resultaat vaak hetzelfde. Ook deze nacht wil ik doorrijden. Net als vorige nacht kiest het groepje rond Jack Eason voor dezelfde strategie, alhoewel ze eerst nog een tukje doen. Mij ook goed, ik ga al rijden. Na een uurtje zie ik in de verte koplampen achter me. Ik besluit te wachten en slaap even op het stuur. Het groepje rondom Jack bestaat vooral uit m'n clubgenoten van Willesden CC. Een paar uur rijden we door. Zo rond een uur of drie zien we een comfortabele bushalte. Hier rusten de anderen kort, terwijl ik besluit om een uurtje te slapen.
Tijdens de heenrit dacht ik even dat ik spoken zag. In het dorpje Abbotsley stonden als politieagenten uitgedoste vogelverschrikkers. Maar op de terugweg bleek dat dit geen spoken waren. Kennelijk is dit een creatieve manier om hardrijders tot de orde te roepen. Even later kom ik bij de laatste controle aan. John zit hier nog. Hij was al een paar keer verkeerd gereden, en had besloten om op mij te wachten om samen de laatste etappe af te leggen. Dat bleek niet onverstandig te zijn. Dichtbij London kronkelt de route steeds meer. Via allerlei verlaten boerenweggetjes naderen we de stad. Inmiddels is het weer donker. We zien het schijnsel van de lichten van London tegen de wolken. Dit is handig voor de orientatie, mijn kompas heb ik niet meer nodig. Maar toch moeten we nog vaak stoppen om de route te controleren. Uiteindelijk komen we aan in Harlow. De eindcontrole is overvol met slapende mensen. Maar ergens is nog een plekje aan een van de tafels om de verloren gegane calorieen aan te vullen.
Ivo Miesen Euraudax Randonneé Nederland / Willesden CC