Home | Verslagen | 2001, Lonneker 400Km.
  • ERN
  • ERN
  • ERN
  • ERN
  • ERN
  • ERN
  • ERN
  • ERN
  • ERN
  • ERN
  • ERN
  • ERN
  • ERN
  • ERN
  • ERN

2001, Lonneker 400Km.

De 400 van Lonneker: Twente – Warstein v.v. seizoen 2001

Tot mijn verrassing was het niet de tocht, die in het TEP vermeld stond. Daarin stond namelijk, dat hij over de Veluwe zou gaan, zoals in 1999. Deze tocht heb ik indertijd als vrij gemakkelijk ervaren, maar i.v.m. de nationale ramp, die MKZ heet, heeft John Omlo ons naar Warstein op en neer laten fietsen.
Voor mij was dat een onbekende tocht, voor anderen niet, want die herkenden er een gedeelte van de 600 in van 1999.

Ook nu bleek weer, dat het in het donker gemakkelijk verkeerd kan gaan. In Leer moesten wij in de leer om kaart te lezen. Het was nog maar even donker en het ging al goed mis. Na een heus rondje Leer en twee verdwaalden, kregen we in de gaten, dat we minstens 3 km Leer uit moesten zijn voordat de volgende instructie van toepassing was.
In Emsdetten bleken de twee dwaallichten al gearriveerd te zijn. Zij hadden, naar eigen zeggen tegen 40 per uur, ons in het donker proberen in te halen, wat natuurlijk niet lukte, want daarvoor moet je wel dezelfde weg volgen. “Es wird schon schief gehn” is een ironisch Duits spreekwoord. Ik kreeg een donkerbruin vermoeden, dat het nog wel eens veel “schiefer” zou kunnen gaan. En aldus geschiedde.
Inmiddels hadden we ons opgesplitst in 2 groepjes van 4.
In Saerbeck moesten we 2x rechtsaf zonder straatnaam of een andere aanduiding erbij. Dit werkte erg verwarrend. Overdag zal het waarschijnlijk geen probleem zijn, maar ’s nachts wel.Het is een kleine moeite de straatnamen er bij te zetten, zodat je zeker weet, dat je goed zit. Er werd op de plattegrond gekeken. De twee groepen kwamen weer samen. Er moest gediscussieerd worden (wat is dat toch een deftig woord voor “gelul”).
Kortom het had nogal wat voeten in de aarde voordat we “ganz richtig” richting Kattenvennen aan het fietsen waren.
Hoelang duurt het nog, voordat er een laptopje voor op de fiets op de markt komt, waarin je voor de start de route in kunt lezen, zodat je in het donker de instructies van een verlicht displaytje af kunt lezen?
En toen kwam de fietsroute naar Lienen. Voor de tunnel onder het spoor door kwamen alle dwalende weer bij elkaar. Na de tunnel ging het echt goed fout: fietsroute naar Lienen volgen luidde de instructie, dus: ik voorop en jawel hoor……….
Resultaat: prachtige fietsroute door het bos, maar niet voor in het donker en niet voor racefietsen. We hadden dus een instructie gemist. Gelukkig had iemand een kaart bij zich. Maar de vraag was: “Waar zitten we?” Na rijp beraad werd een richting gekozen, die wonderbaarlijk de juiste bleek te zijn: de Heer was met ons. Eenmaal in Lienen bleken we 13 km. omgereden te hebben. Voor mij zouden het er nog meer worden.  »   » Tot Oelde ging het vervolgens goed. Natuurlijk waren de snelle jongens er eerder en gingen meteen door. Het werd mij toen duidelijk, dat een snelle tijd, zoals in 1999 met de 400 over de Veluwe er deze keer niet in zou zitten (ik was toen om 14.00 u. binnen met een snelle groep, waarin ik geen kopwerk hoefde te doen). Even heb ik er over gedacht in Oelde weer terug te fietsen en het brevet te laten schieten, omdat ik nog een afspraak had staan, die ik nu niet zou kunnen halen. Maar ja, het ware fietsersbloed kruipt, waar het niet gaan kan. Deze uitdrukking ging voor mij in twee betekenissen op:
1. ik fietste de volledige 400, d.w.z. 424 km op de teller.
2. de laatste 35 km. gingen in een tempo, waar ik liever over zwijg.

Na Oelde het eerste merkwaardige incident. Op een lang recht fietspad zag ik een persoon languit voorover op het fietspad liggen met zijn fiets ernaast en iemand anders erbij, die zich kennelijk bezorgd over hem heen boog. Ik vroeg:”Was ist los?”, want ik vreesde, dat er een ongeluk was gebeurd. “Nichts los”, was het antwoord, “Gesoffen hat er”. Het was vroeg in de morgen en het zwaarste gedeelte moest nog komen.
Om 7.30 was ik in Warstein. Het heuvelachtig terrein ligt mij wel. Tegen 10.30 u. was ik weer terug in Oelde, waar de snelle groep al ruim een half uur weg was. Tussen Oelde en Emsdetten, de volgende pauzeplaats, ben ik nog aangevallen door een roofvogel, volgens mij een buizerd. Ik voelde een behoorlijke klap op mijn helm en zag hem daarna klapwiekend bij mij vandaan vliegen. Zonder die helm had ik waarschijnlijk een flinke hoofdwond gehad.
In Emsdetten trof ik de snelle jongens, behalve Marius, want die was al door.
Ik heb me laten verleiden (te) weinig rust te nemen en tegelijk met hen aan de laatste etappe te beginnen. Mijn tempo ligt, als ik alleen rijd, rond de 27/28 km. p.u. Deze jongens hadden uitgebreid gerust en wilden de laatste etappe 31/32 km p.u. rijden. Ik liet ze op een gegeven moment maar gaan. Te laat, naar later bleek. Bovendien werd het drukkend warm en dat is het weertype, waar ik slecht tegen kan en hier kwam nog bij, dat we de wind (wel niet echt hard, maar toch) tegen hadden.
Dus: vlak voor mijn teller de 400 passeerde kwam de man met hamer niet langs maar aan.
Terug in het vaderland ben ik nog door spelende kinderen met een tuinslang kliedernat gespoten. Zwijgend ben ik door gereden. “Hij zegt niks” hoor ik nog, “Hij zal het wel lekker gevonden hebben”.
Samenvattend: het was een prachtige tocht, met het zwaarste gedeelte op het verste punt, in het midden dus; en in het donker gaat het gauw mis, zeker in een vreemde omgeving. Het grootste gedeelte heb ik alleen gereden en dat drukt het tempo, maar desondanks ben ik niet ontevreden over het resultaat.


Jan van Osch, Merselo. 

 
Verslagen