1999, Parijs Brest Parijs, Jan van Osch
P A R I J S - B R E S T - P A R I J S 1999
VERSLAG VAN DEELNEMER NR. 3661: JAN VAN OSCH, MERSELO-VENRAY. 56 JAAR OUD MUZIEKLERAAR LID VAN TKO-OVERLOON.
Vooraf: De oude rotten in het vak hadden mij geadviseerd vroeg aan de start te verschijnen, omdat het voordelig was om in de eerste groep te starten. Groep 1 startte om 22.00 u. Groep 2 " " 22.15 u. Groep 3 " " 22.30 u.
Ik dacht, dat ik mijn startstempel bij de poort zou krijgen zoals gebruikelijk bij LBL, maar dat was een vergissing, al kreeg ik wel een geel (1e groep) krabbeltje in mijn route-boekje, wat later mijn redding bleek te zijn. althans voor de medaille. Toen ik op het terrein van het "Gymnase des droits de l'homme" was voor de officiele start, zag ik alle collega-fietsers de trap op naar binnengaan. Ik dacht:"Zal ik ook nog wat gaan drinken". Ik heb er even staan aarzelen met m'n fiets aan de hand. Maar ik vond het belangrijker om flink vooraan in de eerste groep te starten. Hier ging ik dus in de fout, ondanks alle goede instructies van Jan Harmsen en Robert Leduc daags tevoren. Door de spanning van het moment was ik die helemaal vergeten. Ik heb nog een nette brief geschreven aan Robert Lepertel in mijn beste Frans met als resultaat, dat ik wel de medaille heb gekregen, maar ook een straftijd van 1 uur.
1e Etape naar Mortagne. Dit was meteen de grootste klapper: 141 km. Cor van Hooft, een maat van de 400 en de 600 km stond vlak bij me aan de start. Maar na de start heb ik hem niet meer gezien. Cor is qua bouw niet bepaald een klimmer (groot en gewichtig) en ik dacht, dat hij het heel moeilijk zou krijgen. Hij behoorde tot de vele uitvallers, hoorde ik nadien.
Het was een schitterend gezicht, die lange sliert lichten in het donker, zo voor je uit. Er werd behoorlijk doorgereden. Op een gegeven moment kwamen Leo Forster en Ivo Miesen, voor mijn gevoel, erg hard in de afdaling voorbij. Leo heeft daar toch een handje van heb ik gemerkt tijdens de 600-km tocht vanuit Ossendrecht. Ik heb me laten verleiden even met hen mee te rijden. Tot op een gegeven moment ik voelde, dat dit tempo voor mij te hoog was en toen heb ik hem laten gaan. Leo dus. Ivo was eerder afgehaakt met 'n slag in zijn wiel. Later sloot hij weer aan. In Mortagne was Leo al door (hij wilde een record rijden) verder heb ik Sjef Tychon nog gezien, maar die wilde niet even gaan zitten om wat te drinken. Ik heb dat wel gedaan. Ik was 141 km. niet van de fiets geweest en had er 7 uur over gedaan in heuvelachtig terrein. Ik vond, dat ik wel een paar colaatjes verdiend had.
2e Etape naar Villaines La Juhel
Langzaam werd het licht. Het zou 'n hete, slopende dag worden. Precies dat, wat ik gevreesd had en waarom ik het in 1995 niet aangedurfd heb deel te nemen aan PBP. Ik had wel alle kwalificaties gehaald, maar uit angst voor de te verwachten hitte heb ik toen niet doorgezet. Je ziet het nu niet meer zo (grijs geworden), maar ik ben van nature een rossig type met een zeer blanke huid en het is bekend, dat zulke mensen niet tegen extreem warm weer kunnen.
Maar deze keer was mijn conditie wat beter dan anders en bovendien heb ik steeds behoudend gefietst, d.w.z. 2 km. per uur minder op de teller kan geen kwaad, want moe word je toch door de extreme afstand. Ik rij met Fransen, Denen, Zweden, Duitsers, Engelsen en Australiers, Italianen en Spanjaarden. Iedereen is lovend over het parcours en het weer. Gelukkig had ik mijn zonnebrandcreme (factor 20) bij me. Die heeft me er door gesleept, want nomalerwijze zou ik dat nooit volgehouden hebben. Ik Villaines la Juhel vroeg ik aan de meisjes achter het buffet: Wat betekent la Juhel? la table = de tafel, dus la Juhel = ?? Ze wisten het niet.
3e Etape naar Fougeres.
Tijdens een van de afgelopen vakanties ben ik nog in Fougeres geweest. "Fougeres zien en sterven" schijnt een beroemd Fransman ooit gezegd te hebben. "Fougeres zien en bijna sterven" komt op mijn konto. Wat was het heet, wat heet!! Bewust heb ik me rustig gehouden en alle "jagers-ohne-geweer" heb ik aan me voorbij laten gaan. Hier heb ik nog naar huis gebeld met de mededeling, dat alles goed ging, maar dat 't heet was en dat ik me rustig zou moeten houden.
4e Etape naar Tinteniac was de kortste: 54 km. Al snel bleken de kilometers niet te kloppen. Bij navraag bij de Fransen bleek, dat de totale afstand niet 1206, maar 1250 km was. Toen ik, met een vol dienblad, me daarover beklaagde, begonnen de dames achter het buffet me uit te lachen:"Monsieur est fatigue". "Pas de rire, s.v.p." zei ik en de aandrang om in een opwelling van woede het hele dienblad over de vloer te gooien (ik had nog niet betaald) kon ik ternauwernood onderdrukken. Later heb ik Robert Leduc nog gevraagd of Fransen niet kunnen tellen. Zijn verklaring klonk heel plausibel, maar dat neemt niet weg, dat het een kleine moeite zou zijn geweest gewoon het juiste aantal km. te vermelden incl. alle omleidingen. Tijdens deze etappe kwam ik er ook achter, dat ik mijn beginstempel vergeten was. "Dan krijg je geen medaille" zeiden collega-fietsers. Mijn antwoord: "Ik fiets niet voor de medaille, maar voor mezelf" Ook Robert Leduc zei: "Gewoon doorfietsen". En dat heb ik gedaan.
Van de Nederlanders heb ik Leo Forster, Joop Homan en Martijn Kuiper nog gezien en een onverstaanbare Rus, die kennelijk door zijn geld heen was. Martijn en ik hebben hem maar naar de organisatie verwezen.
5e Etape naar Loudeac
Harde klappen vielen er: Ivo Miesen uitgevallen met maagklachten. Hij kon geen vast voedsel meer binnenhouden en had 2x langs de weg staan overgeven. Leo Forster en Joop Homan nog gesproken. Leo wilde 'n record rijden, maar moest daar van af zien. We maken er maar een toertocht van, zei hij. Sic!!(haha) Dat deed ik al de hele tijd en dat is ongetwijfeld mijn redding geweest. In Loudeac was het voor mij ook een breekpunt. Met verbazing heb ik altijd naar wielrenners na afloop van een wedstrijd gekeken, hoe die met gemak een hele fles water in een keer leegdronken, maar nu kon ik dat ook. Ik heb even gedacht:"Nou zakt den os toch door z'n hoeven". Rusten, eten en slapen was het devies. Dat gebeurde op het gazon in mijn saving blanket. 't Wekkertje werd op 4.30 u. gezet, maar om 2.30 u. werd ik wakker en ben ik maar weer verder gefietst.
6e Etape naar Carhaix.
De eerste 20 km. liep het voor geen meter. Ik heb nog 2x langs de weg in het gras gelegen, voordat ik mezelf weer in een redelijk tempo kon houden. In Carhaix ben ik ook voor de eerste keer naar de dokter geweest voor m'n kont (diafisin). Carhaix is in het Bretons: Karhaez. Er is daar een afscheiding beweging, vergelijkbaar met ons Friesland, met een heel eigen taal: het Gaelic, dat van Keltische oorsprong is. Hier beb ik ook de ligfietser gezien van de 600 km. Die was al in Brest geweest. Hij lag dus 160 km. voor. Verschil moet er zijn, maar zoveel....??
7e Etape naar Brest.
Roc Trevezel bij Sizun is een kilometers lange klim, waarna je beloond wordt met een fantastisch uitzicht en dito afdaling. En dan ineens ligt daar de baai van Brest met z'n bootjes en z'n machtige brug, 2x bekabeld. Er wordt rustig gereden en iedereen is onder indruk. De beklimming naar de controle post bijt nog even flink in de kuiten. Een groep Fransen heeft een tijdje met me opgereden. Een van hen vroeg: Waarom rijden jullie Hollanders toch zoveel alleen. Mijn antwoord: Un Hollandais seul, c'est bon. Deux Hollandais, c'est une difference d'opinion en trois Hollandais c'est la guerre. Mijn Frans gaat vooruit, dat is zeker. De helft zit er op, nu kan het aftellen beginnen. Wie Brest haalt, haalt ook Parijs, hoorde ik zeggen. In Brest trof ik John Zeilmakers (de Fries) en nog een paar andere landgenoten vreetzaam bezig. Dit vreetzame tafereel werd vastgelegd op video door 'n gerenommeerde uitvaller (die waren er zat). Nietsvermoedend en als geintje, begon ik over kontpijn en broekenvet. "John, als jij straks achter me rijdt en je ziet, dat mijn broek in de bilnaad vochtig is, dan komt dat niet, omdat ik in m'n broek gescheten heb, maar van het broekenvet". Toen barstte John los: "Daar kan ik nu zo kwaad om worden, ja sorry hoor. Als je last wilt krijgen, dan moet je dat doen. Je moet je zitvlak iedere dag met koud water wassen, daar bouw je weerstand mee op, daar krijg je een geharde kont van. Neem dat nou van me aan, want ik weet het. Als je ooit een echte lange afstands fietser wilt worden, dan dien je dat te weten". Waarvan acte!!
8e Etape terug naar Carhaix
Aanvankelijk langs een andere weg, maar wel over Roc Trevezel. Niemand komt mij tijdens de beklimming voorbij, maar ik wel anderen. Ik voel me sterk, ik denk, dat ik het ga halen. Tot vlak voor Carhaix kom ik collega fietsers tegen op weg naar Brest. Dat geeft je een geweldige morele opkikker. Van nu af aan eet ik op iedere stempelplaats. Met als gevolg, dat ik thuis op de weegschaal precies zoveel kilo's breng na de tocht als ervoor. John Zeilmakers heeft een tijd met me overgefietst, maar, toen hij in de afdalingen begon te demarreren, heb ik hem laten gaan. Wat ging hij hard naar beneden. Maar, sorry John, Leo Forster gaat harder. Hij is wel 3 uur eerder in Parijs dan ik.
9e Etape naar Loudeac.
In Loudeac trof ik Ivo Miesen weer, die me nog een keer vertelt, dat hij uitgevallen is. Gerard Frentzl is zijn maat kwijt. Hij is bang, dat hij gevallen is. Bij telefonische navraag bleek dat inderdaad het geval: z'n maat lag in het ziekenhuis met een gebroken rug. Gelukkig had hij geen verlammingsverschijnselen, dus dat geeft hoop voor de toekomst. Gerard was behoorlijk down. Enkele tientallen kilometers heeft hij zijn psychische dip bij mij weg kunnen praten en toen is hij bij me weggereden. Zijn basistempo ligt gewoon hoger dan het mijne.
10e Etape naar Tinteniac.
Op weg naar Tinteniac werd het weer donker. Langs de weg heb ik nog in mijn reddingsdeken een hazeslaapje gedaan, maar dat was niet voldoende om de slaap helemaal te verdrijven,dus besloot ik in Tinteniac maar wat langer te slapen: er was nog een bankje vrij in de openlucht. Dat ligt wel wat harder dan een waterbed. Wat een prachtige nacht was het om in te fietsen. Heel helder en lekker koel. Maar nu: slapen!!
11e Etape naar Fougeres.
Hier trof ik John Zeilmakers, behoorlijk narrig. Hij was z'n reischeques verloren t.w.v. F.900, . Ik heb nog aangeboden voor hem geld te tappen met mijn Rabo Europasje, maar dat hoefde niet, hij redde zich wel. Hij ging dat melden bij de organisatie en toen dat wat lang duurde, ben ik vast aangefietst in de veronderstelling, dat hij me wel in zou halen. Dat is ook gebeurd maar ik heb hem niet meer gezien('s nachts dus).
12e Etape naar Villaines La Juhel.
Ik ben de 1000 km. grens gepasseerd, althans op mijn teller. Wat de Fransen er van zeggen, kan me niet zo veel meer schelen. Ik weet, dat nijn Cat Eye Enduro zeer nauwkeurig is. De overgang van 999 naar 0 heb ik net gemist, jammer. Als de tegenslagen niet groter worden, heb ik niet te klagen. Als ik zit te eten, komt er een Duitse jongeman voor me zitten eten met open mond. Hij heeft het helemaal gehad en het is bepaald geen smakelijk gezicht. Bovendien laat hij 3x kort achter elkaar een ontzettend krakende boer, waarvoor hij zich 2x verontschuldigt en de 3e keer een knalrode kop krijgt. Och, die Duitsers. Ik moet weer denken aan die Duitser van ongeveer mijn leeftijd, die eigenlijk veel sneller wilde dan zijn maat en die alleen maar Power bars at naar zijn zeggen, maar die ik 2 controles verder goed uitgewoond weer trof. Hij was weer ingehaald door z'n maat en hij hoopte, dat die niet zo hard zou gaan, zodat hij zou kunnen bijblijven.
13e Etape naar Mortagne au Perche.
Ik zag de bui aankomen. Rechts van achter kwam ze aanzetten. Onder aan de bui zag ik al weer een lichtstreep, dus dat zou een bui van hooguit een kwartier a twintig minuten worden. Ik verheugde me al op een verkwikkende douche bij zoveel hitte. Toen de eerste druppels vielen, zag ik al die bruingetinte Fransen, Spanjaarden en Italianen van de weg af fietsen, onder bomen en struiken duiken om 'n regenjasje aan te doen of om te schuilen, terwijl ik gewoon in de regen ben doorgereden, verbaasd nagestaard door al die schuilers. Lekker zeg, zo'n afkoeling bij dit weer. Het water stond me in de schoenen, maar niet lang. Toen de zon weer verscheen, was ik binnen een half uur weer helemaal droog.
14e Etape naar Nogent le Roi.
Ik hoor verhalen over Nogent le Rotrou en weer zijn er mensen verkeerd gereden: L'histoire se repete. Precies zoals in 1995, hoorde ik. Ik heb hier nog even gedacht om gewoon te gaan slapen en de laatste etape helemaal bij daglicht te doen. Maar ik dacht: het is nog maar 57 km., dat laatste stukje kan er nog wel bij. Inmiddels was m'n kont behoorlijk zeer gaan doen en ben ik maar weer met mijn edele delen naar de dokter geweest. Deze keer hielp het beter. Ik kreeg een soort brandzalf er op en een dot supperzachte inlegkruisjes. Het geslacht deed niet meer zoveel ter zake: ik voelde me al geruime tijd behoorlijk onzijdig. En dat zou, zo bleek later, nog enige tijd aanhouden. Maar tot geruststelling van mij en mijn huisgenote is dat snel overgegaan. Wat mijn kont betreft, daar hoefde ik me niet voor te schamen. Iedereen zat ermee, maar er liever niet op, dat was duidelijk.
15e Etape naar St. Quentin en Yvelines/Paris.
Het bleek dat deze etappe niet 57 km. lang was, zoals op de route beschrijving stond. maar 75 km. Aankomst: 27 8 om 5.58 u. Het eerste deel van deze etappe heb ik samengefiets met een Fransman van 72 jaar oud: Chapeau!! Dat geeft hoop voor de toekomst. Tijdens de beklimmingen in het bos ben ik hem uit het oog verloren. Wat duurde het lang voordat de finish in zicht kwam. Volstrekt onnodig lang hebben we door de stad gefietst. Er was geen kip op straat en zo eindigde onze tocht heel stilletjes, zonder het applaus, dat de latere binnenkomers ten deel is gevallen. De groep Fransen, met wie ik aankwam dacht,dat we wel bij de eerste 1000 aankomers zouden zijn, maar dat was 'n vergissing. We zijn in de middenmoot binnengekomen ergens tussen de 1500 en 1600, maar dat is het minst belangrijke: IK HEB HET GEHAALD, en nog wel in een redelijke tijd. In totaal kwam mijn teller tot stilstand op 1246 km. minus 3 km. naar de camping = 1243 km. Na de finish heb ik m'n zoon gebeld, dat ik goed aangekomen was en ik was heel erg toe aan een kop koffie, maar die was er nog niet, daar was het te vroeg voor. De juffrouw, die het koffiezetapparaat bediende, was nog niet wakker: merde!! Samen met mijn Franse buren ben ik toen maar naar de camping gereden. N.B. die kwamen uit Brest, zijn met de auto naar Parijs gekomen, met de fiets naar Brest en weer terug naar Parijs om vervolgens de auto te pakken en weer naar Brest te rijden: over fietsgekken gesproken.
Tot half een heb ik nog geslapen en toen ben ik even aan de finish gaan kijken, waar inmiddels een feestelijke ambiance heerste: heel wat anders dan toen wij aankwamen. Ik heb er geen landgenoten meer getroffen, wel een Australier, met wie ik een eindje samengefietst heb tijdens de tocht. Hij had zijn arm in een metella: sleutelbeen gebroken. Hij was van de slaap omgevallen en hij had het dus niet gehaald. Achteraf blijkt, dat er nogal wat uitvallers zijn, ook bij de Nederlanders. Een voorname oorzaak lijkt mij: te hard van stapel gelopen, wat mij ook bijna overkomen is.
Tenslotte: het was voor mij een geweldige ervaring, die ik mijn leven lang niet meer vergeet en die ik niet had willen missen. Ik heb wel behoorlijk in mijn reserves moeten tasten, maar wie niet?? Heuvelachtig terrein ligt mij wel en daarom was ik in het voordeel. Wat mij wel tegenviel was het Frande asfalt: ontzettend grof!! Maar ik wil hier toch nog even onderstrepen, dat eenieder, die LBL op een redelijke manier kan uitrijden, PBP ook aankan, mits met verstand gereden.
Jan van Osch