Home | Verslagen | 300 van Maastricht 2-5-2009
  • ERN
  • ERN
  • ERN
  • ERN
  • ERN
  • ERN
  • ERN
  • ERN
  • ERN
  • ERN
  • ERN
  • ERN
  • ERN
  • ERN
  • ERN

300 van Maastricht 2-5-2009

Na de laatste trainingstocht met Jos Verstegen werd het de dagen daarna duidelijk, dat ik mijn plan, om met de racefiets de 300 van Maastricht te gaan doen, moest laten varen.
Oorzaak was de nekpijn, die de hele week aanhield.
Ondanks dat ik m’n verstelbaar stuur hoog had gezet, waren de laatste 50 km. (van de 150) een kwelling. De knik in de nek bij de racefietshouding had langer getraind moeten worden. Toen kwam het idee om de tocht dan samen te rijden met collega-ligfietser Jaap Bouwman en Jaap was meteen enthousiast.

Pech

Maarten Klijnstra stond aan de start zonder bidons, want die lagen nog in de auto.
Jo Henrich zou op tijd zijn geweest, als hij z’n tas met spullen niet had vergeten.
Inderdaad: shit happens. Maar verder is ons weinig overkomen of het zou de val (zonder erg) van Robert Lammerts moeten zijn op 10 km. voor de finish op de Montenaekerweg.
Dit nieuwe stukje t.o.v. de route van vorig jaar is niet echt een verbetering, vind ik.

De Tocht

Jaap en ik hadden afgesproken, dat we rustig aan zouden doen en bij elkaar zouden blijven en zo gebeurde het ook.
Robert Lammerts moest volgens z’n GPS in Kanne midden op de brug linksaf. Hoezo linksaf? Over de reling en dan het water in? Hij werd luidkeels weer bij de groep teruggeroepen.
Na 10 km. à 25 p.u. kwam Herman Mandemakers voorbij: “Wat is dit voor een bejaardentempo?” Hij had wel gelijk. Diplomaat Ben Schipper zei hetzelfde, maar fijnzinniger: “Goed gedaan en tot ziens”.
Zij wilden wat eerder bij de verschrikkelijke kasseistrook zijn in Lanaye en dat lukte.
Na Visé ging het al gauw stevig omhoog en toen ik boven op Jaap stond te wachten, kwam Jo Henrich in volle vaart voorbij. Bij de eerste stempelpost (Nessonvaux/Fraipont) kwam hij (volgens Ivo) bij de groep, waarin hij wilde fietsen.
Een paar kms. verder kwam Maarten Klijnstra ons voorbij. Ik heb gehoord, dat hij de groep ingehaald heeft en op de klim naar Trasenster bij hen is weggereden. Hij was in 12 uur weer terug in Maastricht.

Een belangrijke factor is altijd het weer. Deze keer was het uitstekend fietsweer: de hele dag zon en toch niet te heet.

Na Banneux/Louveigné kregen we de beloning van al ons klimwerk: een 6 km. lange afdaling naar Remouchamps. Toen bleek, dat Jaap, dankzij z’n stroomlijnstaartpunt en z’n lagere fiets, sneller naar beneden kon dan ik.
Na een tiental kms. richting Coo/Stoumont ging het rechtsaf naar Lierneux. Het dal van de Lienne is een schitterend natuurgebied. Het is alleen jammer, dat een flink gedeelte van de weg behoorlijk slecht is, afgezien nog van het feit, dat het dik 20 km. vals plat omhoog is.

Lierneux (90 km.) was ook meteen de 2e controleplaats. We moesten stempelen in Café des Sports, maar daar binnen werd stevig gerookt: Café des Fumeurs zou een betere benaming zijn. Gelukkig konden we, dankzij het schitterende weer, buiten gaan zitten. Onze Duitse Freunde (2 Damen und 1 Herr) zagen we daar aanstalten maken om weer te vertrekken en ik vond het tijd om eens contact op te nemen met Jos Verstegen, mijn compagnon uit Venlo.
De grote groep, zo vertelde hij mij, zat net in de afdaling van de Baraque Fraiture richting Houffalize en ze waren Robert Lammerts kwijt.
Op de Baraque heb ik nog op Jaap gewacht en toen ging het als een speer naar beneden.

Vlak voor Houffalize kwam Robert Lammerts ons tegemoet rijden. Die was een alternatieve route aan het zoeken, omdat hij er niet door mocht.
Eigenlijk zijn daar geen woorden voor, maar ik vond nog een paar Franse woorden en legde de controleurs uit, dat we helemaal van Maastricht kwamen om naar Bastogne te fietsen en kennelijk maakte dat genoeg indruk om ons te laten passeren en misschien ook, omdat ze Robert voor de 2e keer zagen.
“Ja, maar door de 2e controle kom je niet,” zei Robert nog, “daar hebben ze me net ook teruggestuurd”. Gelukkig mochten we door. De ATB-route liep dwars door Houffalize-centrum en het was er een drukte van belang. Via het trottoir en een heuse oversteekplaats konden we onze route vervolgen, begeleid door een driftig fluitende route-commissaris. Een paar, waarschijnlijk door Ivo gesponsorde toeschouwers, zagen, dat we Nederlanders waren en riepen: Hup, Holland hup.
Wat kost zoiets, Ivo?

Haha, daar zijn we mooi doorheen, dachten we, maar helaas, een eind verderop, net buiten Houffalize, was de weg weer geblokkeerd. Robert en ik konden er moeiteloos (te voet) langs, maar Jaap werd op een onparlementaire toegebruld, dat hij moest opsodemieteren, nondedju (en nom de dieu = in godsnaam), want hij stond net in het gat, waar ze de auto’s doorlieten. Verschrikt en verongelijkt ging Jaap toen de berm in en toen de auto’s gepasseerd waren, kon hij veilig oversteken.
Na Houffalize ben ik in mijn eigen tempo naar Bastogne gereden en daar trof ik weer onze Duitse vrienden. Die vonden het “unerhört”wat ze in Houffalize hadden meegemaakt.

Jaap heeft het slim voor elkaar. Hij heeft een karrevracht aan boterhammen in z’n bagage-stroomlijn-staartpunt (bij scrabble met 3x woordwaarde schiet dat ook lekker op). Hij hoeft eigenlijk nergens eten te kopen en had gegokt op korte rusttijden, maar met mij en Robert erbij is daar weinig van terecht gekomen.
Tussen Bastogne (130) en Rochefort (186 km.) kwam Robert er behoorlijk door te zitten.
Na de geheime controle kwam de mooiste afdaling van de dag: 7 km. naar Nassogne. Mijn hoogste snelheid kwam op 65 km. p.u.
In Nassogne was de Spar nog open en kon Robert zijn voorraad eten en drinken aanvullen.
In Rochefort nog wat soep en een bord spagetti en toen ging het weer. En dat was ook nodig, want na Rochefort komt de langste klim: 8 km. naar Haversin. In Barvaux-Condroz hebben we nog op Robert gewacht en daarna kon hij ons goed volgen. Vooral het stuk vanaf Pont-de-Bonne/Modave naar Huy liep als een trein.
In Villers-le-Bouillet moesten de lichten aan en toen bleek, dat Jaap z’n achterlicht het niet deed. Dan maar de reserve genomen. Helaas, daarvan waren de batterijen zo goed als leeg. Geen nood, de laatste pauzeplek was een tankstation aan de snelweg en daar hadden ze batterijen genoeg.

En toen kwam de laatste etappe.
Jaap was even een end vooruit en stond plotseling stil. “Kom op, Jaap, rijden maar ! Waarom sta je stil? “ “Ik zit te plassen” zegt ie. (Jaap doet dat via een slangetje, zodat hij eventueel ook rijdend kan plassen, maar stilstaand gaat het beter.) Gelukkig was het niet zo erg als de plas van het paard van de groenteboer bij ons in de straat: we konden er makkelijk omheen. En verder ging het zonder natte banden.
Het leek wel, alsof we de hele tijd omlaag gingen (op een paar hellinkjes na). Dit stuk liep als een trein, behalve de bouwput in Mal.
Dit gedeelte in het donker was voor mij de voornaamste  reden om samen met Jaap te rijden. De eerste keer ben ik daar helemaal verdwaald en nu had ik de route zo goed in m’n hoofd geprent, dat ik geen enkele keer op de routebeschrijving heb hoeven kijken. Jaap stak mij na afloop nog een paar veren in de r…. door te zeggen: “Hij heet wel Jan van Osch, maar het leek wel Tom-Tom van Osch”. Een Robert keek op z’n GPS en zag, dat het goed was, behalve dan die val in de waterplas op de Montenaekerweg richting Vroenhoven.

Het zal iemand in Den Haag deugd doen, dat we om 0.40 u. weer in Maastricht waren: we hebben het erg lang volgehouden en daar gaat het toch om volgens hem.
Er was er echter eentje, die het nog langer volgehouden heeft. Die kwam pas na 01.00 u. binnen.
De grote groep kwam om 22.40 u. binnen en onze Duitse vrienden om 23.40 u. (cfr.Ivo)

Geen moment heb ik er spijt van gehad, dat ik met Jaap en later Robert samengereden heb.
Ook belangrijk: ik heb totaal geen last gehad van mijn nek. Het was een comfortabele rit voor mij.
Jaap en Robert, bedankt voor het aangename gezelschap onderweg.
Het was een schit-te-rende tocht en we hebben met volle teugen genoten.
En wie het langst geniet, geniet het meest!.

Jan van Osch
 

 
Verslagen